De mobiliteit van de Nederlandse bevolking vormt een fundamentele pijler van het dagelijks leven en de economische dynamiek van het land. Het patroon van reizen is niet statisch; het evolueert constant onder invloed van technologie, beleid en veranderende levensstijlen. Uit de beschikbare data blijkt dat de auto ondanks een steeds sterker wordende stimulering van duurzaam vervoer, zijn positie als meest gebruikte vervoerwijze behoudt, zelfs tot ver voorbij 2050. De cijfers uit recente jaren tonen een herstel van het reisgedrag na de pandemie, waarbij het aantal reizen en afgelegde kilometers weer naar, en boven het niveau van voor de pandemie zijn gerezen.
De basis voor schattingen over reizigersaantallen wordt gevormd door dataverzameling door overheden en onderzoeksbureaus. Deze data ontstaat via tellingen van voertuigen, analyse van OV-kaartgegevens en het gebruik van digitale apps voor vervoer. Op dagbasis reizen er wereldwijd ongeveer 2,5 miljard mensen met de auto, trein, bus of fiets. In Nederland komt dit neer op ongeveer 8 miljoen mensen die dagelijks reizen met de auto, fiets, openbaar vervoer of te voet. Op jaarbasis maken Nederlanders gemiddeld ongeveer 52 reizen, wat neerkomt op bijna eens per week. Voor de auto ligt dit aantal nog hoger, rond de 70 keer per jaar. Dit betekent dat de auto niet alleen het meest gebruikte middel is voor afgelegde kilometers, maar ook voor het aantal trips.
De data uit 2023 laat zien dat er 199,3 miljard reizigerskilometers zijn afgelegd. Dit vertegenwoordigt een toename van 6,6 procent ten opzichte van 2022. Van dit totaal werd ruim 68 procent gereisd in een personenauto als bestuurder of passagier. Specifiek voor de auto betekent dit dat er in 2023 ruim 136 miljard reizigerskilometers zijn afgelegd. Dit is een toename van 8,4 procent ten opzichte van het jaar ervoor. De verdeling binnen dit totaal is als volgt: als personenautobestuurder zijn er 99,6 miljard kilometers afgelegd en als passagier in een auto 36,5 miljard kilometers. Beide onderdelen tonen groei; respectievelijk 7 procent en 12 procent meer dan in 2022.
In vergelijking met andere vervoerwijzen is het aandeel van de auto dominant. De fiets (zowel elektrisch als niet-elektrisch) had in 2023 een aandeel van 8,9 procent in de totale vervoersprestatie. Het openbaar vervoer bestond uit een aandeel van 12,6 procent, waarvan de trein 10 procent en overig openbaar vervoer 3 procent betrof. Ondanks de sterke groeicijfers voor bus en HOV (Hoog Frequentie Vervoer) in de toekomstige prognoses, blijft de auto de absolute leider in zowel aantal reizen als afgelegde kilometers.
De dynamiek van reizen verandert continu door technologische ontwikkelingen, maatschappelijke veranderingen en beleid. Een belangrijk kenmerk van recente jaren was de impact van de pandemie. Mensen gingen minder op reis, werkten vaker thuis en vermeden drukke plaatsen. Dit leidde tot een scherpe daling in reizigersaantallen, maar het herstel verliep snel. Voor veel mensen bleef reizen een onmisbaar onderdeel van hun dagelijks leven. Het totale aantal voertuigkilometers in 2024 toont aan dat de mobiliteit volledig is herstellend. Nederlandse personenauto's reden in 2024 samen 726 miljoen kilometer meer dan voor de pandemie. Dit komt neer op een stijging van 0,6 procent ten opzichte van 2019.
De toename van de totale kilometers wordt gedreven door een groeiend aantal auto's in gebruik. In 2024 waren er 9,9 miljoen auto's, vergeleken met 9,3 miljoen in 2019. Hoewel het totaal van kilometers toenam, bleef het gemiddelde aantal kilometers per auto juist met 5,7 procent lager dan voor de pandemie. Dit wijst op een veranderend gedrag per voertuig, terwijl de totale vervoersprestatie door de groei van het autobezit stijgt.
De onderstaande tabel toont de ontwikkeling van de vervoersprestatie in miljarden kilometers tussen 2018 en 2024, gesplitst naar particulier en zakelijk gebruik:
| Jaar | Particulier (x mld) | Zakelijk (x mld) |
|---|---|---|
| 2018 | 94,6 | 25,7 |
| 2019 | 94,8 | 26,4 |
| 2020 | 80,0 | 19,7 |
| 2021 | 84,9 | 20,6 |
| 2022 | 90,9 | 23,7 |
| 2023 | 94,1 | 25,1 |
| 2024 | 96,1 | 25,8 |
Deze cijfers illustreren duidelijk het herstel na de inzakking in 2020 en 2021. Het aantal kilometers is in 2024 zelfs hoger dan in 2019, wat aangeeft dat de mobiliteit niet alleen is teruggekomen, maar zelfs is toegenomen.
De toekomst van de Nederlandse mobiliteit wordt getoetst aan twee scenario's voor de jaren tot 2050: het hoge scenario (HS) en het lage scenario (LV). Deze prognoses houden rekening met mogelijke ontwikkelingen in de demografie en economie, zoals bevolkingsgroei en economische groei. In het HS-scenario wordt uitgegaan van een bevolkingsgroei en economische groei van ongeveer 2% per jaar. In het LV-scenario ligt deze groei op ongeveer 0,5% per jaar.
Een algemene prognose voor het aantal reizen in 2050 is dat het totaal aantal gemaakte reizen met de auto, trein, bus, (elektrische) fiets en lopend gegroeid is vergeleken met 2022. De enige uitzondering is het aantal reizen lopend, dat licht daalt in het LV-scenario met 6 procent. Voor de auto is de groei aanzienlijk, aangezien de auto ook in 2040 en 2050 de dominante vervoerwijze blijft. Na de auto volgen de fiets en lopen. Het openbaar vervoer blijft de vervoerwijze waar het minst mee wordt gereisd. Dit geldt voor beide scenario's.
Bij de verdeling van de vervoerwijzen in 2050 onder het hoge scenario wordt bijvoorbeeld berekend dat 41% van de reizen wordt gemaakt met de auto, 28% met de fiets en slechts 4% met de trein. Dit bevestigt de voortdurende dominantie van de personenauto in het mobiliteitspatroon van Nederland.
De groei van het aantal bus- en HOV-reizen is in 2050 het sterkst vergeleken met de andere vervoerwijzen. In het LV-scenario groeit dit aantal met 47%, terwijl in het HS-scenario de groei zelfs 77% bedraagt. Ondanks deze sterke relatieve groei van het openbaar vervoer, blijft de absolute dominantie van de auto ongewijzigd.
Ook bij de afgelegde kilometers blijft de auto de leidende rol spelen. In 2050 wordt in het HS-scenario bijvoorbeeld 67% van alle kilometers met de auto afgelegd, terwijl het lopend aandeel slechts 1% bedraagt. De algemene prognose is dat de verdeling van het aantal afgelegde kilometers redelijk stabiel blijft in vergelijking met 2022.
De overheid speelt een actieve rol in de sturing van deze ontwikkelingen door het stimuleren van milieuvriendelijker rijden en elektrisch rijden. Daarnaast wordt er ingezet op het veilig maken van het verkeer, het bevorderen van fietsgebruik en het verbeteren van de verbindingen in het openbaar vervoer. Ondanks deze beleidsinspanningen, tonen de prognoses dat de auto hun positie behoudt. Dit komt doordat de auto niet alleen een kwestie van beleid is, maar diep geworteld is in de levensstijl van de bevolking.
Internationaal gezien reizen mensen nog vaker per jaar, vooral in rijke landen met een goede infrastructuur en een hoge levensstandaard. Denk hierbij aan vakanties, weekendjes weg of zakelijke reizen. In Nederland is de frequentie van reizen al hoog, maar de internationale context toont dat landelijke omstandigheden een rol spelen bij de mobiliteit.
Het aantal reizen en kilometers is niet vast, maar verandert mee met onze levensstijl en technologie. De data tonen dat het aantal reizen in 2025 doordeweeks minder is vergeleken met het voorgaande jaar, maar in het weekend juist meer. In de eerste helft van 2025 werd er 607 miljoen keer ingecheckt in het openbaar vervoer, wat bijna 1 procent minder is dan in de eerste helft van 2024. Deze seizoensgebonden variaties en het verschil tussen weekdagen en weekenden geven nuance aan de algemene trend.
De prognoses voor de toekomst zijn gebaseerd op complexe modellen die rekening houden met demografische en economische factoren. De vraag naar mobiliteit wordt uitgedrukt in reizigerskilometers, een maatstaf die zowel het aantal reizen als de afstand weergeeft. De algemene verwachting is dat het totaal aantal reizigerskilometers in 2040 en 2050 hoger is dan in 2022, met uitzondering van het lopen in het lage scenario. De groei van het aantal kilometers dat met de bus en HOV wordt afgelegd, is het sterkst onder de vervoerwijzen, maar dit compenseert niet de overheersende rol van de auto.
In samenvatting tonen de feiten dat de auto niet alleen in het heden, maar ook in de verwachte toekomst (tot 2050) de basis vormt van de Nederlandse mobiliteit. Het aantal reizen met de auto blijft het hoogst, evenals de afgelegde kilometers. Ondanks de groei van het openbaar vervoer en de fiets, blijft de auto de onbetwiste leider in de verdeling van vervoerwijzen. De cijfers uit 2023 en de prognoses tot 2050 bevestigen dat de auto's aandeel in het totaal van reizen en kilometers op een hoog niveau blijft, waarbij de totale vervoersprestatie groeit door bevolkings- en economische groei.
Conclusie
De analyse van de beschikbare data leidt tot een duidelijke conclusie: de personenauto blijft de ruggengraat van de Nederlandse mobiliteit vormen. Van 2018 tot 2024 zien we een herstel en zelfs een overtrekking van de vervoersprestatie na de pandemie. De prognoses tot 2050 bevestigen deze trend. Zowel in het hoge als het lage scenario blijft de auto de meest gebruikte vervoerwijze, met een aandeel van 41% van het totaal aantal reizen en 67% van de afgelegde kilometers in 2050 in het hoge scenario.
Ondanks de overheid die streeft naar meer duurzaamheid door de stimulering van elektrisch rijden, fietsgebruik en openbaar vervoer, blijft de auto de dominante speler. De groei van bus- en HOV-reizen is weliswaar het sterkst in percentage, maar dit compenseert niet de absolute overwicht van de auto. De toename van het aantal auto's in gebruik (van 9,3 miljoen in 2019 naar 9,9 miljoen in 2024) zorgt voor een stijgende totale vervoersprestatie, zelfs als de gemiddelde afstand per auto licht daalt.
De dynamiek van reizen is complex en wordt beïnvloed door tal van factoren, waaronder technologische vooruitgang, beleid en maatschappelijke voorkeuren. De gegevens laten zien dat de groei van het aantal reizen en kilometers in 2040 en 2050 wordt voorspeld, met uitzondering van het lopen in het lage scenario. De auto behoudt zijn positie als meest gebruikte vervoerwijze, wat betekent dat beleidsdoelstellingen voor verduurzaming een lange en complexe weg voor zich hebben om deze dominantie te doorbreken.