De coronapandemie heeft het reisgedrag van Nederlanders op een fundamentele manier veranderd. Tijdens de lockdowns verminderde het gebruik van het openbaar vervoer dramatisch, terwijl het gebruik van andere vervoersmiddelen en het werken vanuit huis aanzienlijk toenam. NS en TU Delft hebben samen een groot longitudinaal onderzoek gestart om de veranderingen in reisgedrag te volgen en te begrijpen wat de langdurige effecten zouden kunnen zijn. Dit artikel presenteert een overzicht van de belangrijkste bevindingen uit dat onderzoek, met nadruk op de impact van de lockdown op het gebruik van treinen, de rol van de auto, en de veranderingen in het werken en reizen in de post-corona wereld.
Verandering in reisgedrag tijdens de lockdown
Tijdens de ‘intelligente lockdown’ in maart 2020 daalde het aantal treinreizigers met ongeveer 93 procent. Dit was een directe gevolg van de maatregelen van de overheid, die het gebruik van het openbaar vervoer afraadde. Uit het onderzoek van NS en TU Delft bleek dat bijna de helft van de panelleden dit advies volgde en dus de trein niet gebruikte. De daling in het gebruik van treinen was dus niet alleen het gevolg van een verminderde behoefte aan reizen, maar ook van bewuste keuzes om het ov te mijden.
In vergelijking met de trein, veranderde het gebruik van de auto minder drastisch. Hoewel het aantal auto-ritten afnam, bleef het gebruik van de auto relatief stabiel. Het percentage personen dat minstens één dag per week met de auto reisde, veranderde niet aanzienlijk. Dit suggereert dat de auto tijdens de lockdown bleef functioneren als een noodzakelijke vervoerswijze, terwijl het ov een duidelijk verlies leed.
Werken vanuit huis en het invloed op reisgedrag
Een van de meest opvallende trends tijdens de lockdown was de toename van het werken vanuit huis. Vóór de coronacrisis werkte ongeveer 23 procent van de panelleden minstens één dag per week vanuit huis. Tijdens de lockdown steeg dit percentage naar 49 procent. Deze toename had een directe impact op het reisgedrag, aangezien minder personen dagelijks naar hun werk moesten reizen.
De verwachting is dat het werken vanuit huis ook na de coronacrisis op een hoger niveau zal blijven. Voor de coronapandemie was het gemiddeld 3,8 uur per week. Uit de studies is gebleken dat het verwachte niveau na corona meer dan verdubbelt naar ongeveer 8 uur per week. Dit duidt op een langdurige verandering in het reisgedrag, waarbij de behoefte aan dagelijkse reizen naar het werk vermindert.
De toekomst van treinreizen
Hoewel het gebruik van treinen tijdens de lockdown aanzienlijk afnam, toont het onderzoek aan dat de meeste reizigers verwachten dat hun reisgedrag na de crisis weer een rol zal spelen. Ongeveer 64 procent van de respondenten denkt dat ze hun oude reisgedrag weer op zullen pakken. Slechts 19 procent verwacht een blijvende verandering in hun reisgedrag. Dit suggereert dat de meeste reizigers de trein nog steeds als een belangrijke vervoerswijze zien.
Toch zijn er ook duidelijke signalen dat het reisgedrag op langere termijn verandert. Meer dan een kwart van de panelleden verwacht dat ze na de crisis vaker buiten de spits zullen reizen. Dit is mogelijk als gevolg van de verandering in het werken vanuit huis, waarbij reizigers minder afhankelijk zijn van het tijdschema van hun werkgever en dus flexibelere reisplanningen mogelijk zijn.
Auto als alternatief vervoersmiddel
De auto is tijdens de lockdown en daarna vaak genoemd als een belangrijk alternatief voor het openbaar vervoer. In het onderzoek werd duidelijk dat 74 procent van de panelleden de auto beschouwt als het belangrijkste alternatief bij het niet gebruiken van de trein. Het gebruik van de auto steeg tijdens de lockdown, vooral in reactie op de versoepelingen van de maatregelen. Echter, de toename in auto-ritten was minder heftig dan de daling in treinreizen.
De auto bleef ook een belangrijke rol spelen in het voor- en natransport naar en van het station. Hoewel treinreizigers vaker fietsen naar het station, is er ook een lichte verschuiving naar het gebruik van de auto, zowel als bestuurder als passagier. Dit suggereert dat de auto niet volledig vervangen kan worden door fietsen of lokaal openbaar vervoer, ondanks de inspanningen van de overheid en NS om alternatieven te bevorderen.
Verandering in houding ten aanzien van openbaar vervoer en auto
De houding van reizigers ten aanzien van openbaar vervoer en auto veranderde tijdens de coronapandemie. In 2022 was de positieve houding ten aanzien van de trein groter dan de houding ten aanzien van de auto. Dit is mogelijk het gevolg van de toenemende drukte op de wegen en de hoge brandstofkosten, die de voorkeur voor het openbaar vervoer versterkten. Echter, de werkelijke gebruiksfrequentie van de auto was in 2022 nog steeds vergelijkbaar met die van september 2021, wat aangeeft dat de positieve houding niet direct leidde tot een toename in treinreizen.
Deelvervoer en alternatieve vervoerswijzen
Een van de meest interessante bevindingen uit het onderzoek betreft de verwachtingen rondom deelvervoer en alternatieve vervoerswijzen. Diensten zoals OV-fiets, Felyx en Greenwheels hebben het meest negatieve verwachtingspatroon. Dit suggereert dat er grotere uitdagingen zijn bij het gebruik van deze alternatieven, vooral bij het gebruik als voor- en natransport bij de trein. De verwachting is dat minder mensen deze opties zullen gebruiken, wat mogelijk een nadelige invloed heeft op de toekomstige groei van deelvervoer.
Conclusie
De coronapandemie heeft het reisgedrag van Nederlanders aanzienlijk beïnvloed, met name het gebruik van treinen en het toename van het werken vanuit huis. NS en TU Delft hebben aangetoond dat deze veranderingen niet volledig tijdelijk zijn, maar mogelijk structurele effecten hebben op de manier waarop mensen reizen en werken. Hoewel de meeste reizigers verwachten dat hun oude reisgedrag na de crisis weer een rol zal spelen, zijn er ook duidelijke trends naar flexibeler reisplanningen, minder gebruik van de spits en een grotere rol voor de auto en fiets.
Het blijft afwachten of deze veranderingen volledig tijdelijk zijn of dat ze blijvende effecten hebben op het reisgedrag in Nederland. Wat wel duidelijk is, is dat de coronapandemie een katalysator is geweest voor veranderingen in het reisgedrag en de manier waarop mensen werken en reizen. Het openbaar vervoer moet zich daarop aanpassen om de verwachtingen van reizigers te behouden en te verbeteren.