In Nederland is de trein een van de meest gebruikte vervoersmiddelen voor zowel woon-werkreizen als vrijetijdactiviteiten. Toch blijkt uit recente opiniepeilingen dat een prijsstijging van treinkaartjes leidt tot een duidelijke afname in het gebruik van het spoor. Dit heeft betekenis voor zowel reizigers als voor de toeristische sector. In dit artikel worden de gegevens van meerdere bronnen geanalyseerd om inzicht te geven in de invloed van stijgende treinkosten op reisgedrag en mogelijke gevolgen voor het toerisme in Nederland.
Reisgedrag verandert door stijgende treinkosten
In mei 2024 kondigde NS aan dat de treinkaartjes in 2025 met ongeveer 10 procent stijgen. De verklaring hiervoor is dat de kosten voor personeel, materiaal en energie aanzienlijk zijn gestegen. Een peiling van RADAR-Avrotros onder 1.804 deelnemers toont aan dat deze prijsstijging een directe impact heeft op het reisgedrag van de Nederlandse bevolking. Volgens de poll geeft 84 procent van de deelnemers aan dat ze minder vaak met de trein zullen reizen als de kaartjes duurder worden. Slechts 12 procent zegt dat ze hun reisgedrag niet zullen aanpassen, en 4 procent geeft aan dat ze het niet weten.
Een van de voornaamste redenen die genoemd worden voor het verminderde gebruik van de trein is de al bestaande hoogte van de reiskosten. Zo kost een enkele reis van Amsterdam naar Rotterdam bijvoorbeeld al 17,90 euro, waaraan nu nog 10 procent extra zou worden toegevoegd. Een deelnemer van de peiling concludeert hieruit dat reizen met de trein "inmiddels vrijwel onbetaalbaar" is geworden. Een ander verklaart dat hij al minder vaak de trein gebruikt vanwege de kosten, en dat hij het zich bij een prijsverhoging nog minder kan permitteren.
Daarnaast wordt vaak de vergelijking gemaakt met het gebruik van de auto. Volgens deelnemers is het vervoeren van twee personen met de auto vaak goedkoper dan reizen met de trein. Een voorbeeld: een reis van Amsterdam naar Rotterdam kost 11,47 euro aan brandstof (volgens de routeplanner van de ANWB), terwijl de trein per persoon 17,90 euro kost. Bij grotere groepen is het prijsverschil nog aanzienlijker. Een deelnemer benadrukt hier dat hij meestal samen met zijn vrouw reist, waardoor het gebruik van de auto een veel gunstigere optie is.
Natuurlijk bevat het gebruik van de auto ook andere kosten zoals onderhoud, verzekering en de mogelijkheid van verkeersdrukte, maar in termen van directe kosten is het voor sommige reizigers een aantrekkelijker alternatief.
Energiek protest en kritiek op NS
De prijsverhoging heeft niet alleen de reizigers in beweging gebracht, ook politici en maatschappelijke organisaties reageren. Zo moest NS-baas Wouter Koolmees in de Tweede Kamer uitleg geven over de beslissing. Politici uit verschillende partijen zijn het erover eens dat de prijsverhoging onacceptabel is zolang de kwaliteit van de dienstverlening van NS en ProRail niet verbetert. Veel deelnemers van de peiling menen dat de stijging van de tarieven niet gerechtvaardigd is gezien de huidige toestand van het spoorvervoer: vertragingen, werkzaamheden en storingen worden vaak genoemd als negatieve factoren die het reizen met de trein minder aantrekkelijk maken.
Een deelnemer zegt bijvoorbeeld: "Ieder jaar worden de abonnementen duurder en dit terwijl de service steeds verder achteruitgaat met vertragingen etc. Het is geen stimulans om duurzamer te reizen en als je afhankelijk bent van de trein, ben je echt de pineut." Deze kritiek benadrukt dat het stijgen van de kosten niet alleen de financiële toegankelijkheid beïnvloedt, maar ook de ervaring van reizigers als geheel.
Alternatieven en beperkte opties
Hoewel een groot deel van de bevolking de trein als te duur en onbetrouwbaar beschouwt, zijn er ook mensen die geen andere optie hebben of weinig alternatieven kunnen overwegen. Zo zegt een deelnemer: "Bittere noodzaak aangezien ik geen auto heb. Het alternatief is de auto. Daar ben ik geen fan van. Dat is namelijk nog slechter voor het milieu en ik houd niet van autorijden." Dit benadrukt het feit dat het spoorvervoer voor sommige reizigers een noodzakelijke functie vervult, zelfs wanneer het duur is of onbetrouwbaar.
Andere deelnemers benadrukken dat ze in ieder geval proberen duurzaam te reizen, ondanks de kosten. Zo gebruikt iemand een Dalurenkaart voor dagjes uit en vindt hij de trein nog betaalbaar. Dit laat zien dat ook bij hoge reiskosten slimme keuzes en kortingen een rol kunnen spelen bij het gebruik van het spoor.
Langdurige veranderingen in reisgedrag
De veranderingen in reisgedrag zijn niet alleen het gevolg van stijgende prijzen, maar ook van bredere trends die zijn ontstaan sinds de pandemie. Volgens gegevens van KiM is het gebruik van het openbaar vervoer voor zowel werk als vrijetijdactiviteiten gedaald. Werkenden ondernemen gemiddeld 6 procent minder vrijetijdactiviteiten buitenshuis dan vóór de pandemie. Voor mensen die de trein of btm (bus, tram, metro) als voorkeursvervoer hebben, is deze afname zelfs sterker: 10 procent en 23 procent respectievelijk.
Ook de woon-werkreis is veranderd. Werkenden werken gemiddeld 11 procent van hun werkuren vanuit huis, maar dit percentage is gestegen tot 23 procent eind 2022. Voor mensen die al vaker vanuit huis werkten (de zogenaamde "ov-forens") is het percentage zelfs toegenomen tot 36 procent. Hierdoor zijn ook de aantallen zakelijke reizen met het ov sterk gedaald, vooral vanwege de toename van digitale vergaderingen. Werkenden maakten 21 procent minder zakelijke reizen, terwijl dit percentage bij ov-forenzen zelfs 55 procent was.
Deze veranderingen lijken structureel te zijn, zoals het KiM onderzoeksorganisme concludeert. Hoewel er geen meer beperkingen zijn, is het reisgedrag van Nederlanders blijvend veranderd. Dit heeft ook gevolgen voor het toerisme, aangezien minder mensen het openbaar vervoer gebruiken voor activiteiten buitenshuis.
Gevolgen voor toerisme
Het gebruik van de trein speelt een belangrijke rol in toeristische reizen. Veel toeristen kiezen de trein om van stad naar stad te reizen, omdat het duurzaam is en het gebruik van de auto vermijdt. De stijging van treinkosten kan hier dus een negatieve impact op hebben.
Een duidelijk gevolg is dat toeristen hun reisplannen moeten aanpassen. Als treinkaartjes te duur worden, kan het zijn dat toeristen opteren voor andere vervoersmiddelen of hun reis beperken. Voor kleine groepen of individuen kan het bijvoorbeeld gunstiger zijn om te kiezen voor een huurauto of een busreis. Voor groepen is het gebruik van een charterbus of een vervoer per bus vaak efficiënter.
Daarnaast kan het gebruik van de trein voor toeristen ook afhankelijk zijn van kortingen en abonnementen. Zo is het gebruik van een Dalurenkaart of een OV-chipkaart met kortingen voor toeristen vaak aantrekkelijk. Als deze kortingen verdwijnen of de tarieven stijgen, kan het gebruik van het spoor verder dalen.
Het is dus belangrijk dat het toerisme in Nederland ook alternatieve opties biedt voor reizigers die de trein niet langer kunnen of willen gebruiken. Dit kan bijvoorbeeld het aanbod van chartervervoer, verbeterde fietspaden of samenwerking met reisorganisaties om groepsreizen efficiënter en duurzamer te maken.
Conclusie
De stijging van treinkosten heeft duidelijke gevolgen voor het reisgedrag van zowel in- als uitgaande reizigers. De peilingen tonen aan dat een overgrote meerderheid minder vaak de trein zal gebruiken als de kaartjes duurder worden. De prijzen zijn al hoog genoeg en worden nu nog verder opgedreven. Daarnaast zijn er ook kritieken over de kwaliteit van de dienstverlening van NS en ProRail, wat het gebruik van het spoor nog minder aantrekkelijk maakt.
Hoewel sommige reizigers geen alternatief hebben en de trein blijven gebruiken, is duidelijk dat het spoorvervoer een minder centrale rol kan spelen in de toekomstige reisplannen van veel mensen. Dit heeft gevolgen voor zowel het woon-werkverkeer als voor toeristische reizen. Het is belangrijk dat alternatieve vervoersopties en kortingen worden ondersteund, zodat reizigers toch kunnen genieten van het reizen in Nederland, ondanks de stijgende kosten van het spoorvervoer.