In Nederland wordt de veiligheid van attracties en speeltoestellen zorgvuldig gereguleerd om het risico op schade of ongevallen zoveel mogelijk te beperken. Het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen 2023 is een belangrijk juridisch kader dat deze regels vastlegt. Het besluit is ontworpen om de veiligheid van zowel attractie- als speeltoestellen te verhogen en de verantwoordelijkheid van betrokken partijen duidelijk te maken. In dit artikel wordt ingegaan op de inhoud van het besluit, de verplichtingen van verhuurders en beheerders, en de wetgeving rondom keuringen en certificering. Bovendien worden uitzonderingen en praktische toepassing van de regels besproken.
Het doel van het Warenwetbesluit
Het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen 2023 heeft als primair doel de veiligheid van attractie- en speeltoestellen te verhogen en het risico op schade of ongevallen te beperken. Dit besluit is een onderdeel van de bredere Warenwet, die richtlijnen geeft voor het gebruik van producten in de openbare ruimte. Het besluit stelt regels op in het ontwerp-, installatie- en gebruiksfase van toestellen, en vereist dat deze regelmatig worden gekeurd door aangewezen instanties.
Wanneer een attractie- of speeltoestel door een aangewezen instelling is onderzocht en als veilig is beoordeeld, ontvangt het een certificaat van goedkeuring. Dit certificaat is noodzakelijk om het toestel in gebruik te mogen nemen. Het besluit benadrukt dat de verhuurder verantwoordelijk is voor het veilig installeren van bepaalde toestellen, wat een verandering betekent ten opzichte van eerdere regelingen.
Verantwoordelijkheid van verhuurders en beheerders
Een van de kernaspecten van het Warenwetbesluit 2023 is de verantwoordelijkheid die verhuurders en beheerders van attractie- en speeltoestellen moeten op zich nemen. De verhuurder is primair verantwoordelijk voor het veilig installeren van toestellen. Hierbij moet rekening worden gehouden met de omgeving waarin het toestel zich bevindt, zowel in openbare als semi-openbare ruimtes.
Daarnaast is het gebruikstoezicht van attractietoestellen verplicht. Dit betekent dat er tijdens de bediening van een attractie- of speeltoestel altijd een toezichthouder aanwezig moet zijn om eventuele risico’s op te vangen. Het besluit benadrukt ook de noodzaak van een actueel dossier dat informatie bevat over de technische toestand van het toestel, eventuele reparaties, en de geschiedenis van keuringen.
Keuring en certificering
Een essentieel onderdeel van het Warenwetbesluit is de verplichting tot regelmatige keuring van attractie- en speeltoestellen. Deze keuringen worden uitgevoerd door aangewezen instellingen die bevoegd zijn om vast te stellen of een toestel voldoet aan de wettelijke eisen. Na een succesvolle keuring ontvangt het toestel een certificaat van goedkeuring. Dit certificaat bevat ook een uiterste geldigheidsdatum, die is afgeleid van een matrix die in bijlage II van het besluit is opgenomen.
Een merk van goedkeuring moet op een duidelijk zichtbare en onlosmakelijke plek op het toestel worden aangebracht. Het merk moet voor attractietoestellen ook een uiterste geldigheidsdatum bevatten. Indien een toestel niet op tijd kan worden gekeurd, mag het merk van goedkeuring maximaal vier maanden langer gelden dan de aangegeven uiterste geldigheidsdatum. Dit geldt echter alleen als de vertraging niet aan de verhuurder of beheerder ligt.
Uitzonderingen en toepassing
Hoewel het Warenwetbesluit 2023 van toepassing is op de meeste attractie- en speeltoestellen in Nederland, zijn er ook uitzonderingen. Zo gelden de regels niet voor toestellen die uitsluitend buiten het grondgebied van Nederland worden gebruikt. Daarnaast zijn er bepaalde kleine, elektrisch aangedreven attractietoestellen die kennelijk zijn bedoeld voor maximaal drie kinderen en daarom niet onder het besluit vallen. Ook speeltoestellen die door kinderen worden vervaardigd, vallen buiten de regels.
Daarnaast zijn er uitzonderingen voor toestellen die al in gebruik waren op 1 juli 2023, de ingangsdatum van het Warenwetbesluit. Voor deze toestellen zijn bepaalde artikelen van het besluit, zoals artikel 7, 8, vijfde lid, 9, vijfde lid, en 16, eerste lid, niet van toepassing.
Wetgevende en toezichtverantwoordelijkheid
Het Warenwetbesluit is onderdeel van de bredere Warenwet, die regels bevat voor het gebruik van producten op de openbare markt. Het besluit is vastgesteld door de Koning en is op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport genomen. De Raad van State is betrokken geweest bij het advies, wat een aanduiding is van de juridische betrouwbaarheid van het besluit.
De toezichtverantwoordelijkheid ligt bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en andere betrokken instanties. Deze organisaties zijn verantwoordelijk voor het uitvoeren van controles en het beoordelen van de naleving van de wettelijke eisen. De aangewezen instellingen die de keuringen uitvoeren, moeten aan bepaalde kwaliteitsnormen voldoen, zoals die zijn aangewezen in bijlage V van de regeling.
Praktische toepassing
In de praktijk betekent het Warenwetbesluit 2023 dat attractie- en speeltoestellen in Nederland strikter moeten worden beheerd en geregeld. Voor bezoeken aan speeltuinen, attractieparken of schoolpleinen is het belangrijk dat het toestel in gebruik is met een geldig certificaat van goedkeuring. Voor toeristen die bezoeken plannen aan dergelijke locaties is het aan te raden om te informeren over de toezichtverantwoordelijkheid en de veiligheidsmaten die gelden.
Toch is het belangrijk om te beseffen dat niet alle toestellen onder het besluit vallen. Voor toestellen die op privégrond staan, zoals in eigen tuinen, gelden andere regels. Ook toestellen die alleen in het buitenland worden gebruikt, zijn niet onder het besluit gereguleerd.
Conclusie
Het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen 2023 is een belangrijk juridisch kader dat de veiligheid van attractie- en speeltoestellen in Nederland versterkt. Het besluit legt duidelijke regels vast voor de verantwoordelijkheid van verhuurders en beheerders, het uitvoeren van keuringen en het certificeren van toestellen. Door deze maatregelen wordt het risico op schade of ongevallen beperkt, wat van groot belang is voor de veiligheid van gebruikers.
Toch zijn er uitzonderingen op de regels, waaronder toestellen die uitsluitend in het buitenland worden gebruikt of die in eigen tuinen staan. De toezichtverantwoordelijkheid ligt bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit en andere betrokken instanties. Voor toeristen en bezoekers is het aan te raden om zich te informeren over de toepassing van het besluit bij bepaalde locaties en toestellen.