De regelgeving rond speeltoestellen en kinderbedden in de kinderopvang is vanaf 1 januari 2025 voorzien van wijzigingen. Deze wijzigingen betreffen het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (WAS 2023) en het Warenwetbesluit Kinderbedden en -boxen. Deze regels zijn bedoeld om risico's bij het gebruik van dergelijke producten te beperken en kinderen veilig te laten spelen of slapen. In de context van de gastouderopvang is echter besloten tot uitzonderingen, teneinde het onderscheid tussen publiek en privé gebruik beter te kunnen hanteren.
Introductie
Het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen stelt veiligheidseisen aan speeltoestellen die beschikbaar zijn voor publiek gebruik. Deze regels zijn van toepassing op speeltoestellen in openbare ruimtes, zoals in de buurt van scholen en kinderdagverblijven. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) is verantwoordelijk voor toezicht op de naleving van deze regels. Echter, in de praktijk is gebleken dat het toepassen van deze regels in de context van gastouderopvang onduidelijkheden oplevert, vooral wanneer het gaat om speeltoestellen in de particuliere ruimte van de gastouder.
Daarom zijn er wijzigingen ingevoerd die vanaf 1 januari 2025 van kracht zijn. Deze wijzigingen zorgen voor duidelijkheid en vereenvoudigen de regelgeving voor gastouders.
Uitzondering voor gastouderopvang
Een van de kernpunten van de wijzigingen is dat speeltoestellen die geplaatst zijn bij en gebruikt worden voor gastouderopvang niet langer onder het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (WAS 2023) vallen. Dit betekent dat dergelijke speeltoestellen niet meer gehouden worden aan de strikte veiligheidseisen die normaal gesproken voor openbare speeltoestellen gelden.
Deze uitzondering is een gevolg van een rechtszaak waarin duidelijk werd dat het toepassen van deze regels in de context van de gastouderopvang problematisch is. Het onderscheid tussen publiek en privé gebruik is in deze situatie niet altijd duidelijk. Bijvoorbeeld: een schommel die niet voldoet aan de veiligheidseisen van het WAS 2023 mag in principe niet gebruikt worden tijdens de gastouderopvang, maar wel privé in de tuin van de gastouder. Deze situatie leidde tot onrust onder gastouders, en daarom is er gekozen voor een uitzondering.
De regering heeft besloten dat de gastouderopvang uitgezonderd is van de regels die betrekking hebben op veiligheidseisen voor speeltoestellen en kinderbedden. Dit besluit is genomen in samenwerking met de ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).
Uitzondering voor kinderbedden en -boxen
Niet alleen speeltoestellen, ook kinderbedden en -boxen zijn onderwerp van wijziging. Het Warenwetbesluit Kinderbedden en -boxen is aangepast door het begrip “kinderopvang” te vervangen door “kindercentrum”. Hierdoor is duidelijk gemaakt dat de regels voor kinderbedden en -boxen alleen van toepassing zijn op instellingen die als kindercentrum worden beschouwd en niet op de gastouderopvang.
Deze wijziging is van belang, omdat de gastouderopvang niet als een instelling valt te zien waarin kinderbedden en -boxen in dezelfde mate gecontroleerd moeten worden als in een kindercentrum. De veiligheid van kinderen in de gastouderopvang wordt op andere manieren gewaarborgd, zoals via jaarlijkse risico-inventariseringen en toezicht door de GGD.
Toepassing en inwerkingtreding
De wijzigingen in de regelgeving treden in werking op 1 januari 2024, zoals vermeld in de officiële publicatie. Het is belangrijk dat gastouders en gastouderbureaus deze wijzigingen goed begrijpen en in hun praktijk meenemen.
De NVWA benadrukt dat het verstandig is om speeltoestellen wel meegenomen te worden in de risico-inventarisatie die verplicht is binnen de Wko (Wet kinderopvang). Dit betekent dat gastouders en gastouderbureaus er voor moeten zorgen dat speeltoestellen die gebruikt worden tijdens de opvang, veilig zijn en geen risico’s opleveren voor de kinderen.
Bij de implementatie van deze wijzigingen is er aandacht voor de handhaafbaarheid en uitvoerbaarheid. De VNG (Vereeniging van Nederlandse Gemeenten) benadrukt dat het positief is dat er duidelijkheid is gekomen over de toepassing van de regelgeving. De bestaande onduidelijkheden hadden invloed op het toezicht en waren daarom ongewenst. De VNG heeft geen bedenkingen over de uitvoerbaarheid van deze wijzigingen.
Verantwoordelijkheid van de gastouder
Hoewel speeltoestellen in de gastouderopvang niet langer onder het WAS 2023 vallen, blijft het belangrijk dat gastouders zorgvuldig omgaan met de veiligheid van de kinderen. Het feit dat de regels losser zijn, betekent niet dat veiligheid minder belangrijk is.
Gastouders moeten ervoor zorgen dat de speeltoestellen die gebruikt worden tijdens de opvang, veilig zijn en geen risico’s opleveren. Dit kan bijvoorbeeld gedaan worden door regelmatig te controleren of de toestellen in goede staat zijn en of ze aan de eisen voldoen die in de risico-inventarisatie zijn opgenomen.
De GGD speelt een rol bij het toezicht op de veiligheid in de gastouderopvang. Het jaarlijks uitgevoerde risico-inventariseringsplan is hierbij een belangrijk onderdeel. Hierin wordt onder andere aandacht besteed aan de veiligheid van speeltoestellen, kinderbedden en -boxen.
Verantwoordelijkheid van de NVWA
Hoewel de NVWA niet langer verantwoordelijk is voor toezicht op speeltoestellen in de gastouderopvang, blijft de autoriteit wel verantwoordelijk voor speeltoestellen in de openbare ruimte. Dit betekent dat speeltoestellen in bijvoorbeeld parken, op speelpleinen en in de buurt van scholen nog steeds onder het WAS 2023 vallen en aan de veiligheidseisen moeten voldoen.
De NVWA benadrukt dat het belangrijk is dat de gastouderopvang zorgvuldig omgaat met speeltoestellen. Ook benadrukt ze dat het risico op aansprakelijkheid voor het gebruiken van speeltoestellen en kinderbedden tot inwerkingtreding van deze wijzigingen duidelijk moet zijn voor de gastouderbranche. Het is aan te raden dat gastouders en gastouderbureaus zich van deze risico’s bewust zijn en hier rekening mee houden.
Invloed op de praktijk
De wijzigingen in de regelgeving hebben een directe invloed op de praktijk van gastouders en gastouderbureaus. Het feit dat speeltoestellen en kinderbedden in de gastouderopvang niet langer onder het WAS 2023 vallen, betekent dat gastouders meer flexibiliteit krijgen in het gebruik van dergelijke producten. Echter, deze flexibiliteit komt met verantwoordelijkheid.
Gastouders moeten ervoor zorgen dat de speeltoestellen die gebruikt worden tijdens de opvang veilig zijn en geen risico’s opleveren voor de kinderen. Het is daarom belangrijk dat gastouders zich goed informeren over de veiligheidseisen die gelden en deze in de praktijk losjes aanhouden.
Bij het kiezen van speeltoestellen en kinderbedden is het verstandig om aandacht te besteden aan kwaliteit en veiligheid. Het is raadzaam om producten te kiezen die aan de eisen voldoen die in de risico-inventarisatie zijn opgenomen. Dit zorgt ervoor dat er minder risico’s zijn voor de kinderen en dat de gastouder zich veiliger voelt in de rol van opzichter.
Samenvatting
De wijzigingen in de regelgeving rond speeltoestellen en kinderbedden in de kinderopvang zijn vanaf 1 januari 2025 van kracht. Deze wijzigingen betreffen het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (WAS 2023) en het Warenwetbesluit Kinderbedden en -boxen. Het doel van deze wijzigingen is om duidelijkheid te creëren en om ervoor te zorgen dat de regelgeving beter aansluit bij de praktijk van de gastouderopvang.
Speeltoestellen die gebruikt worden bij de gastouderopvang vallen niet langer onder het WAS 2023. Ook kinderbedden en -boxen in de gastouderopvang zijn uitgezonderd van de regelgeving. Dit betekent dat gastouders meer flexibiliteit krijgen in het gebruik van dergelijke producten. Echter, deze flexibiliteit komt met verantwoordelijkheid. Gastouders moeten ervoor zorgen dat de producten die gebruikt worden tijdens de opvang veilig zijn en geen risico’s opleveren voor de kinderen.
De NVWA benadrukt dat het belangrijk is om speeltoestellen en kinderbedden wel meenemen in de risico-inventarisatie. Dit betekent dat gastouders en gastouderbureaus er voor moeten zorgen dat de producten die gebruikt worden tijdens de opvang veilig zijn en geen risico’s opleveren.