Speel- en attractietoestellen zijn essentiële onderdelen van recreatie- en speellocaties in de Nederlandse openbare ruimte. Om de veiligheid van gebruikers – met name kinderen – te waarborgen, zijn er in Nederland strikte regels voor de keuring en inspectie van deze toestellen. Deze regels zijn opgenomen in het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen (WAS), dat sinds 1997 van kracht is. Dit artikel biedt een overzicht van de wettelijke verplichtingen, het keuringsproces, en de rol van erkende keuringsinstanties. Daarnaast worden praktische aspecten behandeld, zoals de frequentie van inspecties, omgevingsvergunningen, en het belang van onderhoud.
Veiligheid als kernaspect
Een keuring van een speel- of attractietoestel is een verplichte veiligheidscontrole die ervoor zorgt dat het toestel veilig kan worden gebruikt. Dit is vooral belangrijk voor speeltoestellen in de openbare ruimte, omdat kinderen daarmee regelmatig worden blootgesteld aan mogelijke risico’s. Het doel van een keuring is het voorkomen van ongelukken en het waarborgen van een veilige speelomgeving. Zowel voor attractietoestellen (zoals glijbanen of draaiattracties) als voor speeltoestellen (zoals klimstructuren en speelhuizen) gelden wettelijke eisen die moeten worden nageleefd.
Deze eisen zijn vastgelegd in het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen (WAS). Dit besluit stelt dat elk speel- of attractietoestel dat niet voor privégebruik is bestemd, eerst gekeurd moet zijn voordat het in gebruik wordt genomen. De keuring wordt uitgevoerd door een erkende Aangewezen Keuringsinstantie (AKI), zoals TÜV NORD Nederland of het Keurmerkinstituut.
Twee vormen van keuringen
Er zijn twee hoofdvormen van keuringen van speel- en attractietoestellen:
Incidentele keuring:
Deze keuring is een eenmalige inspectie voor een uniek toestel dat niet in serie wordt geproduceerd. Dit is bijvoorbeeld het geval bij custom-made speelinstallaties of unieke attracties.Typekeuring:
Wanneer een speel- of attractietoestel in serie wordt geproduceerd, kan het type als geheel eenmalig worden goedgekeurd. Daarna mogen alle identieke toestellen zonder individuele keuring worden geplaatst. Dit is meestal het geval bij massaproduktie van speeltoestellen.
Het verschil tussen deze vormen is van belang voor beheerders, omdat het bepaalt hoe vaak een toestel opnieuw moet worden gekeurd. Voor attractietoestellen is het keuringsrapport tijdens de levensduur van het toestel verplicht te bewaren.
Wettelijke verplichtingen voor beheerders
Volgens het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen is het verplicht om speel- en attractietoestellen te laten keuren door een Aangewezen Keuringsinstantie (AKI). Een AKI is een instantie die door de overheid is erkend om keuringen uit te voeren volgens de wettelijke normen. Deze instanties kunnen certificaten van goedkeuring afgeven, waarmee wordt aangegeven dat het toestel veilig is voor gebruik.
Speeltoestellen hoeven in principe niet opnieuw gekeurd te worden zolang er geen grote veranderingen zijn aangebracht. Attractietoestellen moeten echter regelmatig opnieuw gekeurd worden, waarbij de frequentie afhankelijk is van het certificaat van goedkeuring. In het certificaat staat aangegeven hoe vaak de inspectie opnieuw moet plaatsvinden.
Bij de opbouw van een nieuw attractietoestel is het verplicht om dit te melden bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Dit geldt niet voor kleine attractietoestellen voor maximaal drie personen (zogenaamde kiddy rides) en voor speeltoestellen. Ook bij het afmelden van een toestel – bijvoorbeeld bij verkoop of vernietiging – is melding bij de NVWA nodig.
Omgevingsvergunning
Niet alleen de keuring is belangrijk, ook de juridische toegang tot de locatie waar een speel- of attractietoestel moet worden geplaatst, is een essentieel aspect. In sommige gevallen is een omgevingsvergunning nodig. Deze vergunning is afhankelijk van het omgevingsplan van de gemeente en de hoogte van het toestel.
Beheerders kunnen via het Omgevingsloket controleren of een vergunning nodig is. In het Omgevingsloket zijn ook directe aanvraagmogelijkheden beschikbaar. Let op: bovendien kunnen er aanvullende regels gelden volgens de Algemene Verordening Overheidsgebouwen en -gebieden (APV) of andere lokale verordeningen.
Het keuringsproces in de praktijk
Het keuringsproces bestaat uit meerdere stappen, die varieren per type toestel. Het proces begint met een inspectie van het speel- of attractietoestel door een erkende keuringsinstantie. De inspectie omvat een beoordeling van het ontwerp, de productie, de montage, en het onderhoud. De inspectie dient te garanderen dat het toestel voldoet aan de wettelijke veiligheidsnormen en dat er geen onacceptabele risico’s zijn.
Vaak is aanvullende documentatie of foto’s voldoende voor goedkeuring zonder herinspectie. Als er gebreken worden gevonden, moeten deze eerst worden verholpen. Pas als bewijs van de verbetering is aangeleverd, kan het toestel goedgekeurd worden.
De kosten van een keuring variëren afhankelijk van de complexiteit en het type toestel. Op basis van tekeningen of foto’s kan een prijsindicatie worden gegeven. Het is daarom belangrijk om vroegtijdig contact op te nemen met een erkende keuringsinstantie om eventuele kosten in te schatten.
Inspecties na de keuring
Na de initiële keuring is het belangrijk om het toestel regelmatig te inspecteren. Volgens de NEN-EN 1176 moet een speeltoestel jaarlijks aan een operationele (hoofd)inspectie worden onderworpen. Het advies is echter om maandelijks (minimaal eenmaal per kwartaal) een inspectie uit te voeren. De frequentie kan variëren afhankelijk van het aantal gebruikers, het type toestel, de materialen, de locatie en weersinvloeden.
Op een drukbezochte speelplek is een dagelijkse visuele check verstandig. Een goed onderhouden speeltoestel draagt bij aan de veiligheid van kinderen, zorgt voor een speelplek die jarenlang meegaat, en biedt ouders en scholen rust. Daarnaast voorkomt goed onderhoud onveilige situaties die ontstaan door slijtage, veroudering of vandalisme.
Na elke inspectie wordt een keuringsrapport opgesteld, dat wordt toegevoegd aan het logboek van het speeltoestel. Dit logboek helpt bij het aantonen van naleving van de wettelijke verplichtingen en kan worden gebruikt bij inspecties door overheidspersoneel.
De rol van erkende keuringsinstanties
De inspectie en keuring van speel- en attractietoestellen worden uitgevoerd door erkende Aangewezen Keuringsinstanties (AKI’s). Deze instanties zijn door het ministerie erkend en voeren de wettelijke verplichtingen uit. Voorbeelden van erkende instanties zijn TÜV NORD Nederland en het Keurmerkinstituut.
De inspecteurs van deze instanties brengen hun expertise in bij gemeenten, speeltuinorganisaties, scholen, kinderopvanginstellingen, campings en recreatiebedrijven. Ze voeren veiligheids- en opleveringsinspecties uit volgens het WAS en de Europese normen NEN-EN 1176. Het Keurmerkinstituut benadrukt dat de veiligheid centraal staat, maar dat ook gebruiksvriendelijkheid een rol speelt.
Een AKI beoordeelt niet alleen of het toestel aan de veiligheidsnormen voldoet, maar ook of het in gebruik is veilig. Risico’s zoals valgevaar of beknelling worden onderzocht, en maatregelen worden genomen om deze te beperken.
De betekenis van een goed onderhoud
Een goedgekeurd toestel blijft niet automatisch veilig. Ondanks een initiele keuring kan een toestel onveilig worden door veroudering, slijtage of vandalisme. Daarom is het belangrijk dat het toestel regelmatig wordt onderhouden. Goed onderhoud voorkomt onveilige situaties en zorgt ervoor dat het toestel functioneel blijft.
Er zijn verschillende manieren om het onderhoud te organiseren. Sommige beheerders kiezen voor een onderhoudscontract bij een erkende keuringsinstantie, terwijl anderen zelf onderhoudsregels opstellen. Ongeacht de aanpak, is het belangrijk om regelmatig controles uit te voeren en eventuele gebreken snel te herstellen.
Ervaring leert dat de frequentie van inspecties per situatie kan variëren. Voor een speelplek die veel wordt gebruikt, is een intensievere inspectieroutine nodig dan voor een minder drukbezochte locatie.
Praktische stappen voor beheerders
Voor beheerders die een speel- of attractietoestel willen plaatsen of beheren, zijn er een aantal praktische stappen die genomen moeten worden:
Melding bij de NVWA:
Als een attractietoestel voor het eerst in Nederland wordt opgebouwd, moet dit worden gemeld bij de NVWA. Dit geldt niet voor kleine attractietoestellen voor maximaal drie personen.Keuring door een AKI:
Het toestel moet gekeurd worden door een erkende Aangewezen Keuringsinstantie. Alleen deze instanties kunnen een certificaat van goedkeuring afgeven.Inspection en onderhoud:
Na de keuring moet het toestel regelmatig worden geïnspecteerd. De frequentie hangt af van het type toestel en de locatie. In het certificaat van goedkeuring staat vaak aangegeven hoe vaak een inspectie nodig is.Bewaren van het keuringsrapport:
Het keuringsrapport moet gedurende de hele levensduur van het toestel worden bewaard. Dit rapport is bewijs van de wettelijke naleving en kan nodig zijn bij inspecties of juridische aansprakelijkheid.Omgevingsvergunning checken:
Het is verstandig om via het Omgevingsloket te controleren of een omgevingsvergunning nodig is. Dit hangt af van het omgevingsplan van de gemeente en de hoogte van het toestel.Onderhoudsplan opstellen:
Er dient een onderhoudsplan opgesteld te worden dat aangeeft hoe vaak inspecties plaatsvinden, wat er gecontroleerd wordt, en hoe eventuele gebreken worden geregistreerd en hersteld.Logboek bijhouden:
Het logboek van het speel- of attractietoestel moet worden bijgehouden. Hierin worden alle inspecties, gebreken en uitgevoerde reparaties vastgelegd.
Veiligheidscertificaat en zorgplicht
Het veiligheidscertificaat is een essentieel document dat aangeeft dat een speel- of attractietoestel veilig is voor gebruik. Het certificaat moet aan het toestel worden bevestigd en gedurende de levensduur van het toestel worden bewaard. Het certificaat is bewijs van naleving van de wettelijke verplichtingen en kan worden gebruikt bij inspecties of juridische aansprakelijkheid.
Naast het certificaat is er ook een zorgplicht voor beheerders. De zorgplicht houdt in dat beheerders verantwoordelijk zijn voor de veiligheid van gebruikers. Dit betekent dat ze verplicht zijn om het toestel regelmatig te controleren, eventuele gebreken te herstellen, en het toestel veilig te laten functioneren.
Conclusie
Keuringen van attractie- en speeltoestellen zijn een essentieel onderdeel van de Nederlandse wetgeving rondom veiligheid in recreatie- en speellocaties. Deze keuringen zijn wettelijk verplicht en worden uitgevoerd door erkende Aangewezen Keuringsinstanties. Het doel is om ongelukken te voorkomen en kinderen veilig te laten spelen. Daarnaast is regelmatig onderhoud en inspectie van het toestel belangrijk om onveilige situaties te voorkomen.
Beheerders zijn verantwoordelijk voor de naleving van de wettelijke verplichtingen, inclusief het bewaren van het keuringsrapport en het bijhouden van een logboek. Het is verstandig om vroegtijdig contact op te nemen met een erkende keuringsinstantie om de wettelijke verplichtingen en kosten in te schatten.
Veiligheid is de kern van alle keuringen en inspecties. Door het volgen van de wettelijke verplichtingen, het uitvoeren van regelmatige inspecties, en het bijhouden van een goed onderhoudsplan, kan een speel- of attractietoestel jarenlang veilig blijven voor gebruik.