De Nederlandse treinreis is een populaire manier om binnen het land te reizen, maar tegelijkertijd is het ook een van de duurste opties in Europa. Volgens recente onderzoeken betaalt een gemiddelde reiziger in Nederland 17 cent per gereisde kilometer. Deze hoge tarieven zijn vooral te verklaren uit de betrouwbare en intensieve dienstregeling die het land biedt, gecombineerd met de relatief lage subsidies die de Nederlandse Spoorwegen (NS) ontvangt in vergelijking met treinbedrijven in andere Europese landen. In dit artikel worden de onderliggende redenen voor de hoge treinkosten, de toekomstige ontwikkelingen, en de gevolgen voor reizigers besproken, op basis van recente onderzoeken en analyses.
De hoge kosten van een treinkaartje in Nederland
Nederland behoort volgens de Europese Federatie voor Transport en Omgeving (T&E) tot de landen met de duurste treinkaartjes van Europa. In 2024 betaalde een reiziger gemiddeld 17 cent per kilometer, wat slechts onderdoet voor enkele uitzonderingen als de Eurostar, het Zwitserse SBB en enkele Britse treindiensten. Deze hoge kosten zijn het resultaat van een intensieve dienstregeling die op het Nederlandse spoor wordt aangeboden. Op trajecten zoals Eindhoven–Amsterdam rijdt iedere tien minuten een trein, wat het netwerk kenmerkt van een landelijk metrostelsel. Deze frequentie zorgt voor hoge operationele kosten, terwijl de bezettingsgraad in veel gevallen rond de 30 procent ligt.
Een belangrijk aspect is ook dat de NS kostendekkend moet opereren. In tegenstelling tot treinbedrijven in andere Europese landen, ontvangt de NS slechts weinig overheidssteun. Terwijl spoorbedrijven in andere landen aanzienlijke subsidies krijgen, halen de Nederlandse spoorwegen hun inkomsten voornamelijk uit ticketverkoop. In 2024 stelde Reizigersvereniging Rover vast dat de NS jaarlijks ongeveer 13 miljoen euro aan subsidie ontvangt, terwijl de opbrengsten uit ticketverkoop ruim 2,9 miljard euro bedragen. Deze verhouding zorgt ervoor dat de NS nauwelijks verlies mag lijden, wat opnieuw leidt tot hoge tarieven voor reizigers.
De toekomstige prijsstijgingen
De hoge kosten zullen in de toekomst nog verder stijgen. In 2026 wordt verwacht dat de prijzen met circa 6,5 procent zullen stijgen. Volgens demissionair staatssecretaris Thierry Aartsen (Infrastructuur, VVD) zijn deze stijgingen het gevolg van stijgende kosten, achterblijvende vervoersvraag, veranderende reispatronen en beperkte publieke middelen. Eerst was de verwachting dat de treinprijs met 12 procent zou stijgen, maar dankzij maatregelen van de NS, zoals het optimaliseren van onderhoud en het minder vaak klaar houden van treinen als buffer, is de stijging iets lager uitgevallen.
Tijdens deze prijsstijging zal ook het aantal zitplaatsen verminderen. In 2026 zullen er minder treinen zijn, en ook het gebruik van materieel zal worden ingeperkt. In sommige treinen zal eersteklas worden vervangen door tweedeklas, wat betekent dat reizigers met een hoger budget minder comfort kunnen verwachten. Deze ontwikkeling is gevolg van de vermindering van de beschikbare middelen en de noodzaak om kosten te besparen.
De invloed op reizigers en mobiliteitsarmoede
De hoge treinkosten hebben gevolgen voor veel reizigers, en vooral voor diegenen met een laag inkomen. Paul van de Coevering, lector Mobiliteit aan de Breda University of Applied Sciences, wijst erop dat voor sommige gezinnen slechts 50 tot 100 euro per maand beschikbaar is voor mobiliteit, wat ongeveer gelijkstaat aan één retourtreinkaartje tussen Breda en Amsterdam. Voor deze groep is het steeds lastiger om de trein te betalen, wat leidt tot een groeiende vorm van mobiliteitsarmoede.
Reizigersvereniging Rover benadrukt ook dat het huidige treinbeleid politieke keuzes zijn: het land kiest ervoor om de trein duur te maken, omdat de NS weinig subsidie ontvangt. Meer subsidies zouden de treinprijs kunnen verlagen, maar dat betekent ook hogere belastingen voor het algemene publiek. Dit dilemma brengt de vraag op wat de prioriteit moet zijn: lagere treinkosten of lagere belastingen.
De vergelijking met internationale treinreizen
Nederland behoort tot de landen met de duurste treinkaartjes van Europa. Slechts een paar landen, zoals Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk, hebben hoge treinkosten, maar voor de meeste Europese landen is het treinreizen aanzienlijk goedkoper. De NS ontvangt relatief weinig subsidies, terwijl treinbedrijven in andere landen wel aanzienlijke overheidssteun ontvangen. Dit maakt het voor de NS lastiger om de tarieven laag te houden.
Bovendien is het NS een kostendekkend bedrijf, wat betekent dat het geen verlies mag lijden. Dit maakt het noodzakelijk om de tarieven op peil te houden of zelfs te verhogen. In tegenstelling tot landen waar treinbedrijven subsidies ontvangen, is het in Nederland moeilijker om de treinkosten te verlagen zonder dat reizigers er het meeste last van hebben.
De voordelen van treinreizen in Nederland
Hoewel treinreizen in Nederland relatief duur zijn, biedt het ook een aantal voordelen. De intensieve dienstregeling zorgt ervoor dat reizigers snel en betrouwbaar van A naar B kunnen reizen. Tussen grote steden rijden treinen iedere tien minuten, wat het netwerk vergelijkbaar maakt met een landelijk metronetwerk. Deze betrouwbare dienstregeling is een van de redenen waarom Nederlandse treinreizen in Europa zo goed worden gewaardeerd.
Daarnaast is treinreizen in Nederland vaak duurzaam. Het gebruik van openbaar vervoer heeft een positief effect op het milieu, omdat het minder verkeer op de wegen veroorzaakt. Tegenwoordig zijn er ook initiatieven om treinreizen nog duurzamer te maken, zoals de introductie van elektrische treinen en het gebruik van duurzame materialen in de treinconstructie.
Alternatieven voor reizigers
Voor reizigers die treinreizen niet kunnen betalen, zijn er alternatieven. Een van de goedkoper alternatieven is de auto. Volgens de Consumentenbond zijn 8 van de 10 onderzochte reizen in 2019 goedkoper per trein dan per vliegtuig. Voor korte afstanden is het vaak gunstiger om met de auto te reizen, vooral als meerdere personen mee reizen. De kosten per persoon dalen dan, wat het reizen aantrekkelijker maakt.
Daarnaast zijn er subsidies en kortingen beschikbaar voor bepaalde groepen. Personen vanaf 66 jaar met een laag inkomen komen in aanmerking voor het gratis OV-abonnement. Ook jongeren hebben tot 2023 nog beschikking over de dagkaart, hoewel deze maatregel later is afgelopen. Voor toekomstige reizigers is het belangrijk om te weten welke subsidies en kortingen beschikbaar zijn, zodat reizen betaalbaar blijft.
De rol van de overheid en toekomstige maatregelen
De overheid speelt een belangrijke rol in de financiering van de NS. Momenteel ontvangt de NS slechts 13 miljoen euro aan subsidie, wat een klein percentage is van de inkomsten uit ticketverkoop. Onderzoekers en reizigersverenigingen stellen dat meer subsidies de treinkosten zouden kunnen verlagen, maar dat dit betekent dat de belastingdruk voor burgers zou stijgen. Dit is een delicate balans, omdat het niet alleen om treinreizen gaat, maar ook om andere prioriteiten die de overheid moet afwegen.
Daarnaast is er bezorgdheid over de toekomstige dienstverlening van de NS. De demissionaire staatssecretaris Thierry Aartsen heeft laten weten dat de NS in 2026 minder treinen zal rijden, en dat de kans op een zitplaats op drukke momenten aanzienlijk zal afnemen. Dit betekent dat reizigers in de Randstad, vooral tijdens de spitsuren, vechten zullen om een plekje in de tweede klas. De eersteklasstoelen zullen zelfs worden afgevoegd om ruimte te maken voor extra tweedeklasreizigers. Deze ontwikkeling heeft directe gevolgen voor de reiservaring van reizigers, vooral voor diegenen die op comfort rekenen.
Conclusie
De Nederlandse treinreizen zijn bekend om hun betrouwbare en intensieve dienstregeling, maar deze voordelen zijn gepaard gegaan met hoge kosten. De NS ontvangt relatief weinig subsidies, wat betekent dat de inkomsten voornamelijk afkomstig zijn uit ticketverkoop. Hierdoor is treinreizen in Nederland een van de duurste opties in Europa. De verwachting is dat de prijzen in 2026 met circa 6,5 procent zullen stijgen, wat reizigers verder onder druk zet. Bovendien zullen er minder treinen rijden, en is het aantal zitplaatsen teruggezet. Deze ontwikkelingen hebben gevolgen voor reizigers, vooral voor diegenen met een laag inkomen, die steeds minder in staat zijn om de trein te betalen.
Tegelijkertijd biedt treinreizen in Nederland ook voordelen, zoals snelle verbindingen tussen steden en een duurzame manier van reizen. Voor reizigers die treinreizen niet kunnen betalen, zijn er alternatieven zoals de auto of subsidies en kortingen voor bepaalde groepen. De toekomstige ontwikkelingen zullen afhangen van politieke keuzes, zoals subsidies, belastingen en het beheer van het spoorwegnet. Het is belangrijk om te blijven kijken naar de kosten en de dienstverlening, zodat treinreizen voor zoveel mogelijk reizigers betaalbaar en aantrekkelijk blijft.