In Nederland wordt steeds meer aandacht besteed aan het verkeersmanagement en het beheer van toeristische hotspots. Voorbeelden zijn de Zaanse Schans, waar bezoekers in 2020 werden ingevoerd in een systeem van vermakelijkhedenretributie, en de toeristenbelasting, die wordt geheven in verschillende gemeenten voor verblijven en toegang tot culturele en recreatieve activiteiten. Deze systemen zijn bedoeld om het verkeer en de druk op de infrastructuur aan te pakken, terwijl ze ook inkomsten genereren voor gemeenten om maatregelen te financieren. In deze artikel bespreken we het concept van betaling naar verbruik voor attracties, met een focus op de Zaanse Schans en de toeristenbelasting in Nederland.
Betaling naar verbruik: toegang en retributie
De Zaanse Schans is een van de bekendste toeristische attracties in het Noorden van Nederland. Tot voor 2020 was het niet nodig om een toegangskaartje te kopen, maar het verkeer en de druk op de plek leidden tot de invoering van een vermakelijkhedenretributie. Deze retributie gaat niet via een algemene toegangskaart, maar per individuele attractie. Ondernemers die een attractie aanbieden, zoals een molen, museum of fietsverhuur, moeten 25 cent per verkochte kaart afdragen aan de gemeente Zaanstad.
Het doel van deze retributie is om middelen beschikbaar te stellen voor het aanpakken van verkeersoverlast. De gemeente stelde dat ongeveer 3,2 miljoen kaartjes nodig zijn om € 800.000 aan inkomsten op te wekken, die kunnen worden gebruikt voor handhaving en verbetering van parkeerfaciliteiten. Deze aanpak is gebaseerd op het principe van betaling naar verbruik: iedereen die een attractie gebruikt, draagt een kleine bijdrage af, die direct gericht is op het verbeteren van de omgeving waarin die attractie gevestigd is.
Betaling naar verbruik in het bredere toerisme
De Zaanse Schans is niet het enige voorbeeld van een aanpak waarbij bezoekers betalen voor wat ze gebruiken. Ook in andere delen van Nederland wordt een vergelijkbare aanpak toegepast, bijvoorbeeld bij het inrekenen van toeristenbelasting. Deze belasting is meestal per persoon per nacht of als percentage van de overnachtingsprijs. In Amsterdam bijvoorbeeld is de toeristenbelasting 12,5% van de prijs van het verblijf, terwijl in Ouder-Amstel een vaste belasting van €9,50 per persoon per nacht heerst.
Deze belastingen worden geheven om de inkomsten van gemeenten te verhogen en de druk van toerisme op infrastructuur en leefomgeving te beheersen. Het is een voorbeeld van het principe van betaling naar verbruik in het bredere toerisme, waarbij bezoekers niet alleen voor de toegang tot attracties betalen, maar ook voor hun verblijf. Deze aanpak zorgt ervoor dat de kosten van het aanbieden van toeristische faciliteiten en ervaringen worden gedeeld met degenen die er eigenlijk gebruik van maken.
Toeristenbelasting: een overzicht
De toeristenbelasting is een belangrijk onderdeel van de betaling naar verbruik in Nederland. Deze belasting wordt geheven door gemeenten of belastingsamenwerkingen en is bedoeld om inkomsten te genereren voor het beheer van toeristische druk. De belasting is meestal per persoon per nacht of als percentage van de overnachtingsprijs, afhankelijk van de gemeente. Voorbeelden zijn:
- Amsterdam: 12,5% van de overnachtingsprijs.
- Ouder-Amstel: €9,50 per persoon per nacht.
- Andere gemeenten: vaak een vast bedrag per persoon per nacht.
De toeristenbelasting moet worden ingevorderd van hosts, bijvoorbeeld via platforms zoals Airbnb of Booking.com. Deze platforms helpen bij de administratie en het afdragen van de belasting aan de gemeente of belastingsamenwerking. Daarnaast is het verplicht om een gastenregistratie bij te houden, waarin duidelijk staat wie er in het verblijf heeft overnacht, op welke datum, voor hoeveel nachten en hoeveel belasting hiervoor is afgedragen.
De belasting moet worden afgedragen aan de gemeente of belastingsamenwerking, meestal één keer per jaar. Deze aanslag bestaat uit een voorlopige en definitieve aanslag. De voorlopige aanslag is gebaseerd op de aanslag van het vorige jaar en wordt vaak berekend door een percentage van de inkomsten van het lopende jaar te nemen.
Belastingvoordeel en BTW-tarieven
Voor zowel vermakelijkhedenretributie als toeristenbelasting is het belangrijk om rekening te houden met de fiscale regels. In het geval van vermakelijkheden valt de toegang vaak onder het lage BTW-tarief van 9%. Dit geldt voor activiteiten zoals museumbezoeken, rondvaarten, sportwedstrijden en kermisattracties. Deze regel is van toepassing op zowel openbare als commerciële aanbieders, zolang ze vallen onder de categorie van culturele en recreatieve voorzieningen.
In het geval van toeristenbelasting is het belangrijk om te weten dat het een aparte belasting is die afzonderlijk wordt ingevorderd van de BTW. De toeristenbelasting is meestal niet opgenomen in de overnachtingsprijs, maar wordt apart berekend. Dit betekent dat bezoekers bewust moeten zijn van de extra kosten die aan hun verblijf verbonden zijn, afhankelijk van de gemeente.
Betaling naar verbruik en toeristische druk
Een van de voornaamste redenen waarom gemeenten kiezen voor een aanpak van betaling naar verbruik is om de toeristische druk te beheersen. In steden zoals Amsterdam, Utrecht en Rotterdam is het aantal toeristen aanzienlijk gestegen in de afgelopen jaren, wat heeft geleid tot verkeersturbulente situaties, overvolle straten en druk op de infrastructuur. Door toeristen aan te zetten tot een bewuste keuze voor bepaalde activiteiten of verblijven, wordt de druk op bepaalde plekken verminderd.
In het geval van de Zaanse Schans is de retributie niet alleen bedoeld om geld op te wekken, maar ook om bezoekers te informeren over de regels en het belang van verkeersmanagement. De gemeente wil voorkomen dat bezoekers op plaatsen stoppen waar dat niet mag, of dat er te weinig parkeerfaciliteiten zijn voor de aantallen die op een zaterdag of zondag op de Zaanse Schans arriveren. Door de retributie te introduceren, wordt er een financieel belang gevoerd dat aansluit bij deze doelen.
Betaling naar verbruik en toeristische ervaringen
Toeristen in Nederland spenderen jaarlijks miljoenen euro’s in vier hoofdsectoren: accommodatie, eten en drinken, vervoer en entertainment. In steden zoals Amsterdam, Rotterdam en Utrecht gaat 60% van de totale uitgaven naar verblijf en horeca, terwijl de overige 40% zich verdeelt over vervoer en entertainment. Deze cijfers tonen aan dat toeristen in Nederland niet alleen naar de landschap of de kultuur komen, maar ook om een uitgebreide ervaring te maken die bestaat uit comfort, gezelligheid en activiteiten.
De toeristenbelasting en de vermakelijkhedenretributie zijn daarom niet alleen financiële instrumenten, maar ook middelen om ervaringen te beheersen en te begeleiden. In de meeste gevallen worden deze belastingen gebruikt om de infrastructuur te verbeteren, om verkeer te beheersen of om maatregelen te financieren die ervoor zorgen dat toeristen in Nederland een plezierige ervaring kunnen maken.
Betaling naar verbruik en administratieve verplichtingen
Een van de uitdagingen bij betaling naar verbruik is het administratieve werk dat aan verblijven en toegang tot attracties verbonden is. Voor hosts is het verplicht om een gastenregistratie bij te houden, waarin duidelijk staat wie er in het verblijf heeft overnacht, op welke datum, voor hoeveel nachten en hoeveel toeristenbelasting hiervoor is afgedragen. Deze administratie moet gedurende zeven jaar worden bewaard, omdat de gemeente of belastingsamenwerking deze kan controleren.
Voor bezoekers is het belangrijk om te weten dat ze eventueel recht hebben op een terugbetaling van de toeristenbelasting als ze vroegtijdig vertrekken. In dat geval moet het host of platform waar ze hun verblijf hebben geboekt, de extra belasting terugbetalen. Deze regel zorgt ervoor dat toeristen niet onnodig extra kosten maken als hun verblijf verandert.
Betaling naar verbruik en de economie
Toerisme is een belangrijke economische factor in Nederland. In 2023 genereerde de toeristische sector €105 miljard aan bestedingen door zowel binnen- als buitelandse bezoekers. Deze bestedingen stelden een groei van 14% ten opzichte van 2022 en een reële groei van 8,6% na correctie voor inflatie. In 2024 is de groei iets verminderd naar rond de 3%, wat overeenkomt met ongeveer 51 miljoen verblijfsgasten. Toerisme draagt momenteel 3,8% bij aan de Nederlandse economie en het werkgelegenheidsaandeel in de sector is gestegen tot 5,4%.
De toeristenbelasting en vermakelijkhedenretributie zijn hierin een belangrijk onderdeel. Deze belastingen genereren inkomsten voor gemeenten die kunnen worden gebruikt om toeristische ervaringen te verbeteren en druk op infrastructuur te beheersen. Deze aanpak is een voorbeeld van het principe van betaling naar verbruik, waarbij toeristen voor wat ze gebruiken betalen, en die betaling direct kan leiden tot verbeteringen in de toeristische omgeving.
Conclusie
Betaling naar verbruik is een belangrijk concept in het toerisme in Nederland. Door middel van vermakelijkhedenretributie en toeristenbelasting wordt ervoor gezorgd dat toeristen bewust kiezen voor bepaalde activiteiten of verblijven en dat de kosten van het aanbieden van toeristische ervaringen worden gedeeld met degenen die er werkelijk gebruik van maken. Deze aanpak helpt bij het beheersen van toeristische druk en zorgt ervoor dat gemeenten middelen beschikbaar hebben om verbeteringen aan te brengen in de infrastructuur en de leefomgeving.
In de praktijk betekent dit dat bezoekers bijvoorbeeld 25 cent moeten betalen per kaartje voor een molenbezoek aan de Zaanse Schans, of dat ze in Amsterdam 12,5% extra betalen voor hun verblijf. Deze extra kosten zijn niet alleen bedoeld om inkomsten op te wekken, maar ook om ervoor te zorgen dat toerisme op een duurzame manier wordt aangeboden en dat de ervaring van toeristen in Nederland positief blijft.