De Stoomcarrousel is een van de meest iconische en historische attracties in de Nederlandse vermaaksgeschiedenis. Gebouwd tussen 1895 en 1903, is deze overdekte, gedecoreerde carrousel niet alleen een technische prestatie uit vroegere tijden, maar ook een levendig monument van kermisromantiek en technische vernieuwing. In dit artikel wordt een diepgaand overzicht gegeven van de Stoomcarrousel, inclusief haar historische achtergrond, technische kenmerken, huidige toestand en rol in het huidige landschap van toeristische attracties.
Geschiedenis van de Stoomcarrousel
De Stoomcarrousel is gebouwd door Hendrik Janvier, een pionier in de kermisindustrie. Hij kocht in 1870 een open draaimolen met houten paarden en gaf deze aan zijn jongste zoon Hendrik (1868) om als een soort opleiding te dienen. Hendrik Janvier begon zich in 1895 serieus te bezighouden met het bouwen van een stoomaangedreven carrousel. In 1903 was deze voltooid. Deze attractie was gebaseerd op een organisch gegroeid geheel, dat uiteindelijk aangepast werd onder de supervisie van Anton Pieck.
De carrousel was een exclusieve en luxe vorm van vermaak in het begin van de twintigste eeuw. Gemeenten betaalden hoge pachtgelden, maar de opbrengsten waren groot. Hendrik Janvier had een contract met de spoorwegen, waardoor de carrousel via het spoor vervoerd kon worden als er grote afstanden moesten worden afgelegd.
De familie Janvier speelde een centrale rol in de ontwikkeling en exploitatie van stoomcarrousels. Johannes Wilhelmus Janvier, ook wel J.W. Janvier genoemd, kreeg van zijn vader Hendrik in 1915 een Stoomcarrousel cadeau bij zijn huwelijk. Zijn oudste zoon, J.W. Janvier, maakte veel winst met de carrousel en investeerde deze in de aankoop van andere attracties. In 1919 schenkt hij de Stoomcarrousel aan zijn broer Laurens Janvier als huwelijkscadeau. Later kocht J.W. zelf een andere carrousel, de Noblesse, die echter in een brand werd verwoest.
Vanaf de Tweede Wereldoorlog nam de interesse in stoomaangedreven carrousels af. In 1944 werd de stoommachine als energiebron afgekeurd om veiligheidsredenen. George Reemer, de schoonzoon van Laurens Janvier, bouwde toen een elektromotor bovenop de stoomketel, maar liet alle apparatuur die aan de stoommachine doet denken, intact. Laurens Janvier tourde nog negen jaar met deze elektrisch aangedreven carrousel, maar in 1953 was het einde van de reis gekomen.
Technische kenmerken
De Stoomcarrousel is een saloncarrousel, een galloper, die uiteindelijk aangepast werd onder supervisie van Anton Pieck. Deze aandrijving werd in 1944 vervangen door een elektrische motor, maar de oorspronkelijke stoomaandrijving is nog steeds aanwezig voor de decoratieve waarde. De daadwerkelijke aandrijving gebeurt via een elektromotor onder de vloer, die via een band de stoommachine, carrousel en het orgel in beweging zet.
De carrousel draait met de klok mee, wat anders is dan de eenvoudigere draaimolens in Europa, die vaak linksom draaien. De rit is relatief wild door de uitgebreide beweging van de figuren en het voelbaar zware koetswerk. Het is een ervaring die zich onderscheidt van eenvoudigere draaimolens door de complexe mechanismen en de indrukwekkende sfeer.
De carrousel bevat 22 paarden, 4 koetsen, 2 varkens en 2 clowns. De originele koperen balustrades op de rand van de carrousel werden vervangen door een ander model met afgeronde hoeken en handgrepen. In de coronacrisis was de Stoomcarrousel voorzien van allerhande kuchschermen en verplichte looproutes. Bijzonder was dat de kap van de carrousel, die normaal meedraait met het plateau, stilgezet was. Dit was noodzakelijk om de veiligheid en afstandseisen te waarborgen voor het personeel.
Muziek en verlichting
Een van de belangrijkste elementen van de Stoomcarrousel is het draaiorgel. Het orgel is gebouwd in 1895 door Anselmo Gavioli, een beroemd orgelbouwer en uitvinder van het afspeelmechanisme voor orgelboeken. Dit orgel was eerst in bezit van de Groningse kermisfamilie Fogerty en werd later overgenomen door Piet Janvier, zoon van Janvier. Het orgel is een van de vijf overgebleven Gavioli-orgels en geeft de carrousel haar unieke sfeer. Het orgel speelt verschillende nummers die een bijzondere sfeer creëren tijdens een rit.
De verlichting van de carrousel speelde ook een grote rol in de indrukwekkende sfeer. In de beginjaren had veel gemeenten waar de carrousel kwam, geen elektriciteitsvoorziening. Daarom moest de verlichting zelf opgewekt worden via een kleine ketel, die ook de orgel en elektriciteit leverde. De verlichting, of "illuminatie" genoemd, was een extra attractie op zich. In coronatijden werden de honderden gloeilampen vervangen door slagvaste LED-verlichting. Omdat er op dat moment geen LED-lampen beschikbaar waren die de karakteristieke sfeer konden leveren, ontwikkelde de Efteling een eigen lamp die de vorm, kleurtemperatuur en helderheid van een gloeilamp zo goed mogelijk nabootste. Meningen over het resultaat zijn verdeeld.
Locatie en opening
De Stoomcarrousel is gevestigd in Marerijk en is een rijk gedecoreerd, overdekt Carrousel Paleis. Ze werd gebouwd tussen 1895 en 1903 en later door de Efteling gekocht. In 1953, na de tochten van Laurens Janvier, werd de Stoomcarrousel in gebruik genomen bij de Efteling, waar ze op 11 mei geopend werd voor publiek. In die tijd moest een apart kaartje gekocht worden voor de Stoomcarrousel, net als voor de roei- en kanovijver. De rit duurt ongeveer 2 minuten en de capaciteit is 400 personen per uur.
De carrousel is niet alleen een attractie, maar ook een populaire locatie voor evenementen en bijeenkomsten. Het Nederlands Stoommachinemuseum in Medemblik, dat zich ook bezighoudt met stoomtechnologie, biedt bijvoorbeeld ruimte voor evenementen. Het museum wordt gedreven door vrijwilligers en is een geschikte plek voor bijzondere gelegenheden.
Huidige toestand en toekomst
De Stoomcarrousel is momenteel nog steeds een populaire attractie in de Efteling. Ondanks het overgangen naar elektrische aandrijving in 1944, is de oorspronkelijke stoommachine nog steeds aanwezig voor de decoratieve waarde. Het is een levendig monument dat niet alleen de geschiedenis van de kermisindustrie belicht, maar ook technische innovatie en kermisromantiek uitstraalt.
In coronatijden werden maatregelen genomen om de veiligheid te waarborgen, zoals het plaatsen van kuchschermen en het veranderen van looproutes. Ook de kap van de carrousel werd stilgezet om het veilig te maken voor personeel.
De Stoomcarrousel is een unieke attractie die nog steeds een indrukwekkende ervaring biedt. Ze is een overblijfsel uit een tijd waarin stoomcarrousels de meest indrukwekkende en spectaculaire attracties op de kermis waren. Vanaf het einde van de negentiende eeuw tot het midden van de twintigste eeuw domineerden stoomcarrousels de kermissen in Nederland.
Conclusie
De Stoomcarrousel is een bijzondere attractie die een rijke geschiedenis vertegenwoordigt. Gebouwd tussen 1895 en 1903 door Hendrik Janvier, is deze overdekte, gedecoreerde carrousel een levendig monument van kermisromantiek en technische vernieuwing. De aandrijving is sinds 1944 elektrisch, maar de oorspronkelijke stoommachine is nog steeds aanwezig voor de decoratieve waarde. Het draaiorgel, gebouwd door Anselmo Gavioli, is een van de vijf overgebleven Gavioli-orgels en draagt bij aan de unieke sfeer van de carrousel.
De Stoomcarrousel is momenteel gevestigd in Marerijk en is een populaire attractie in de Efteling. Ze is niet alleen een historisch artefact, maar ook een levendig monument dat toeristen uitnodigt tot een ervaring vol sfeer en vermaak. De carrousel is een getuige van de ontwikkeling van de kermisindustrie in Nederland en blijft een symbool van technische vernieuwing en kermisromantiek.