Reisverhalen uit de 19e eeuw: Een kijkje in het toeristische leven van toen

Het reizen door Nederland in de negentiende eeuw was een bedrijvig gebeuren, dat varieerde van luxe zeilreizen naar de Oost tot schilderachtige wandelingen door de Nederlandse provincies. Voor de moderne toerist bieden historische reisverslagen een fascinerende blik op hoe het landschap, de infrastructuur en de gastvrijheid er destijds uitzagen. Uit archieven en literaire werken blijkt dat reizen niet alleen een middel was om van A naar B te komen, maar ook een manier om cultuur, natuur en maatschappelijke omstandigheden te ervaren. Deze artikelen, geschreven door reizigers van stand, fungeren als een waardevolle bron voor wie geïnteresseerd is in de geschiedenis van het Nederlandse toerisme.

De beschrijvingen van reizen te voet, per koets, trein of schip geven een gedetailleerd beeld van het negentiende-eeuwse Nederland. Ze belichten de ontwikkeling van de infrastructuur, de kwaliteit van logementen en de sociale interacties onderweg. Voor een hotel dat inspeelt op de interesse in lokale geschiedenis en toerisme, is het van belang om deze bronnen te begrijpen. Ze tonen aan dat de basis voor het huidige toerisme al vroeg werd gelegd, met een focus op landschap, historie en comfort.

De wandelende predikant: Jacobus Craandijk

Een van de meest invloedrijke vertellers van wandelverhalen in de Nederlandse geschiedenis is Jacobus Craandijk (1834–1912). Als een zogenaamde 'wandelende predikant' verkende hij het land te voet en legde zijn ervaringen vast in de serie Wandelingen door Nederland, bestaande uit acht delen verschenen tussen 1883 en 1888. Zijn werk is van onschatbare waarde voor zowel historisch onderzoek als voor文化旅游 (cultural tourism). Craandijk, geboren in Hoogezand, had een diepe belangstelling voor de natuur en historie van Nederland. Het was voor een predikant in die tijd ongebruikelijk om zulke lange en gedetailleerde wandelingen te maken en deze in boekvorm te publiceren.

Craandijks boeken combineren landschapsschilderijen met historische inzichten en persoonlijke ervaringen. In elk deel neemt hij de lezer mee op een reis door een specifiek deel van Nederland. Deze reizen zijn niet alleen fysiek, maar ook mentaal; hij schetst de sfeer van dorpen, het landschap, het werk van mensen en de maatschappelijke omstandigheden van die tijd. Hoewel de stijl formeel, gedetailleerd en soms langwielig is, zoals typisch was voor de negentiende eeuw, zijn de thema’s zoals natuur, geschiedenis en cultuur nog steeds relevant en toegankelijk voor moderne lezers.

Geografische verspreiding en inhoud

De delen van Craandijks Wandelingen door Nederland zijn geografisch gerangschikt en vormen samen een overzicht van het gehele land. De inhoud varieert per deel, maar elk biedt een diepgaande kijk op een bepaald gebied. Deel 7 bevat bijvoorbeeld een reis van Rozendaal, Biljoen en Middachten via de Langbroekse Wetering naar Wijk bij Duurstede en Amerongen. Vanuit daar vervolgt Craandijk zijn tocht in de Betuwe, waar hij twee oude graafschappen bezoekt, gevolgd door een reis door Oisterwijk, Mettray-Bathmen, en verder van Winterswijk naar ’s-Heerenberg.

Daarna verkent hij het land van Voorne, het westelijke deel van Brabant en het hele Zeeuws-Vlaanderen. Tenslotte volgt hij de Maas van Hedel naar Woudrichem. Deze reisgegevens zijn historisch belangrijk omdat ze gegevens bevatten over wegen, dorpen en landgebruik van de negentiende eeuw. De reizen worden vaak vergezeld van lithografische platen en kaartjes, gemaakt door P.A. Schipperus, waardoor de lezer ook visueel een idee krijgt van het landschap. Deze beschrijvingen zijn interessant voor wandelaars, historici, geografen en culturele onderzoekers.

Beschikbaarheid en waarde voor moderne reizigers

De boeken van Craandijk zijn nog steeds verkrijgbaar, zowel in originele uitgaven als in recente paperbacks. De prijzen variëren, van enkele euro’s tot dertig euro, afhankelijk van de staat en de uitgever. Voor historische liefhebbers zijn de oorspronkelijke uitgaven uit 1883 of 1884 zeer waardevol vanwege de bijgevoegde lithografische afbeeldingen. Digitale versies zijn vaak beschikbaar in bibliotheken.

Voor文化旅游 zijn deze werken een bron van inspiratie voor wandelingen die historisch bepaald zijn, of voor reizen die zich richten op de herontdekking van het landschap zoals het er destijds uitzag. Voor historisch onderzoek bieden de beschrijvingen van Craandijk een beeld van de maatschappij, de dorpsstructuur en het landgebruik. Ze geven een glimp van het leven van boeren, ambachtslieden en dorpsbewoners en tonen hoe de infrastructuur, zoals wegen en bruggen, zich ontwikkelde. Het werk is daarom ook vaak gebruikt in onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

Reisjournaals uit familiearchieven

Naast de literaire wandelingen van Craandijk berusten in archieven, zoals het Regionaal Archief Alkmaar, verschillende reisjournaals die dateren van de zeventiende tot in de twintigste eeuw. Deze verslagen komen vaak uit archieven van vooraanstaande families die de middelen hadden om te reizen voor hun plezier. Ze reisden langs de Rijn, door de Zwitserse bergen, langs Europese hoofdsteden of maakten een rondreis door Nederland, vaak in combinatie met logeerpartijen bij familie en vrienden.

Het informatieve gehalte en de onderwerpen van deze reisjournaals verschillen sterk. Sommige beschrijven een zeereis naar Indië, terwijl andere een gezellige rondreis langs de Rijn beschrijven. Weer andere geven kort de data, plaats en bezienswaardigheden of beschrijven genuttigde gerechten, de kwaliteit van het hotel of de wijze van transport. Deze persoonlijke verslagen bieden een intieme kijk op het reizen in de negentiende eeuw.

De ervaringen van Anna Wentel

Een journaal van een rondreis in 1826 door Nederland is dat van Anna Wentel (1785-1858), echtgenote van notaris Adrianus Pieter de Lange. Haar tocht per spoor, koets, tram en diligence leest als een recensie. Ze was zeer te spreken over Hotel Kasteel van Antwerpen in Utrecht, dat "twee goede logeerkamers en een kamer om te souperen en te ontbijten" bood, en waar "men met zilveren servies bediend" werd. Onderweg bezocht ze familie, de Dom van Utrecht en een tapijtfabriek in Baarn.

Echter, een etablissement in Soestdijk kon haar niet bekoren. Ze vond er slechts eieren en een salade, "en deze waren zo hard dat ze geenszins aan onze smaak voldeden". Ook de stad Zutphen viel tegen: "fraai aangezicht als je aan komt rijden maar het is er niet rein en zindelijk maar morsig en slordig, hetwelk met de warmte een zeer onaangename reuk veroorzaakte". Bij Dieren genoot ze echter weer volop van het landschap, de heuvels, watervallen en beekjes. Haar verslag laat zien dat de kwaliteit van logementen en steden sterk verschilde, iets wat voor de moderne reiziger herkenbaar kan zijn.

Luxe en avontuur: De reizen van de familie De Lange

De familie De Lange liet meerdere reisverslagen na. Antonius Matthias de Lange (1862-1921) schreef over een veertigdaagse reis door Engeland in 1879. De reis werd afgelegd per rijtuig, omnibus, trein en stoomboot, en werd gekenmerkt door bezoeken aan familie en het genot van de Engelse natuur.

Jean Baptiste August Kessler de Lange (1853-1900) beschreef in detail zijn luxe reis per zeilschip naar Nederlands-Indië in de zomer van 1876. Hij zou later bekend worden als de oprichter van Shell. Zijn verslag geeft een duidelijk beeld van het leven aan boord. Het ontbijt bestond uit gort, gebakken aardappelen met vlees, en brood met kaas en haring. Om twaalf uur was er koffie, om drie uur soep met aardappelen, vlees en gezouten groente, en om zes uur ’s avonds brood met kaas en melk. Hij nam geen blad voor de mond waar het zijn mening over medepassagiers betrof; over mevrouw van Zalingen schreef hij: "mevrouw van Zalingen is een brutaal wijf dat alles durft te zeggen. Gisteren vroeg zij mij om mijn hut. Ik heb haar vriendelijk bedankt." Hij concludeerde dat "het leven aan boord is allerluist."

Een andere telg, Willem de Lange (1843-1882), maakte op 18 maart 1868 per zeilschip de reis naar Nederlands-Indië om als apotheker aan de slag te gaan. Zijn aantekeningen zijn miniem, maar vermelden een zware orkaan bij Timor en het breken van de grote mast, waarbij het schip zwaar slingerde door "vreeselijke winden en hemelhooge zee". Hij arriveerde ongedeerd aan de kade van Batavia, wat zijn reis tot een succes maakte.

Conclusie

De reisverslagen uit de negentiende eeuw, variërend van de wandelingen van Jacobus Craandijk tot de persoonlijke journaals van families zoals De Lange en Wentel, bieden een schat aan informatie over het toeristische leven van toen. Ze tonen aan dat reizen in die tijd een combinatie was van avontuur, comfort en culturele ontdekking. Voor de moderne toerist en hotelier benadrukken deze verhalen de tijdloze aantrekkingskracht van het Nederlandse landschap en de historische ervaring. Het zijn waardevolle bronnen die de brug slaan tussen verleden en heden, en die inspiratie bieden voor reizen die verder gaan dan de gebruikelijke toeristische paden.

Bronnen

  1. Jacobus Craandijk: wandelingen door Nederland
  2. Reizen in de negentiende eeuw: het leven aan boord is allerluist

Related Posts