Het onderwijs in Nederland kent diverse examenonderdelen die studenten moeten voltooien om hun diploma te behalen. Een specifiek aandachtspunt binnen het curriculum is het vak Spreken 2F. Dit examenonderdeel is gericht op het ontwikkelen van spreekvaardigheid en het overtuigend presenteren van ideeën. Voor studenten die dit keuzedeel moeten afronden, is een duidelijke structuur en voorbereiding essentieel. De beschikbare lesmaterialen bieden inzicht in de opbouw van het examen, de keuzemogelijkheden voor examenopdrachten en de criteria waarop studenten beoordeeld worden. Dit artikel vat deze informatie samen en biedt een leidraad voor een succesvolle examenpresentatie.
De Examenspraak 2F: Doel en Opbouw
Het examen Spreken 2F is ontworpen om studenten te beoordelen op hun vermogen om een gestructureerde presentatie te geven en hierover in discussie te gaan. De kern van het examen is het presenteren van een stelling. Een stelling is een uitspraak of bewering over een onderwerp dat ruimte laat voor discussie. Het doel van de presentatie is niet alleen het overbrengen van informatie, maar het actief proberen te overtuigen van het publiek.
Het examen vindt plaats in een groepje van drie of vier studenten. De presentatie moet ongeveer vier tot zes minuten duren. Overschrijdt de presentatie deze tijdslimiet niet, dan volgt er geen beoordeling. Het is derhalve van groot belang om de presentatie goed te timen tijdens de oefensessies. De presentatie moet worden ondersteund door een PowerPoint, die ingeleverd moet worden in het digitale leerplatform Itslearning.
De stelling die gekozen wordt, mag aansluiten bij de opleiding, de persoonlijke interesses van de student of actuele berichten uit het nieuws. Om ideeën op te doen voor een geschikte stelling, verwijzen de materialen naar de website schooldebatteren.nl. Voordat de student begint met het uitwerken van de presentatie, moet de gekozen stelling eerst goedgekeurd worden.
Keuzemogelijkheden voor de Examens
Naast het specifieke examenonderdeel Spreken 2F, bieden de materialen ook inzicht in de bredere context van keuzedelen binnen het mbo. Studenten hebben de vrijheid om te kiezen hoe zij een keuzedeel afronden. Er zijn drie hoofdopties beschikbaar: 1. Het maken van een nieuwsbrief. 2. Het produceren van een filmpje of vlog. 3. Het creëren van een interactieve kaart met activiteiten en bezienswaardigheden, gevolgd door een presentatie hierover.
Ongeacht de gekozen opdracht, wordt het keuzedeel afgesloten met een examengesprek. Hierbij kunnen opdrachten die eerder in thema-opdrachten zijn gemaakt, opnieuw gebruikt worden.
Opbouw van de Presentatie
Een goede voorbereiding is het halve werk. De lesmaterialen geven een concrete opbouw voor de presentatie mee, verdeeld over slides. Deze structuur helpt de student om logisch en samenhangend te presenteren.
De Inleiding
Op de eerste slides introduceert de student zichzelf en het onderwerp. Hier wordt verteld welke stelling er besproken gaat worden en waarom voor deze specifieke stelling is gekozen. Dit zet de toon en maakt de motivatie duidelijk.
De Kern: Argumentatie en Overtuiging
Het hart van de presentatie bestaat uit het geven van de eigen mening ten opzichte van de stelling. Om deze mening kracht bij te zetten, moet de student minimaal twee redenen geven waarom deze mening wordt gehuldigd. Een essentieel onderdeel van de argumentatie is het geven van minimaal één reden die afkomstig is uit de eigen omgeving. Dit maakt de presentatie persoonlijker en geloofwaardiger. Door eigen ervaringen of observaties te delen, wordt de connectie met het publiek versterkt.
De Conclusie en Interactie
De presentatie wordt afgesloten met een samenvatting van de persoonlijke mening. Vervolgens wordt de gelegenheid geboden tot het stellen van vragen. Dit markeert de overgang van de monologische presentatie naar een dialoog met het publiek, wat aansluit bij de interactieve doelstelling van het examen.
Beoordelingscriteria en Presentatietips
Voor een succesvolle presentatie is het van belang om te weten waarop precies beoordeeld wordt. De beoordeling van Spreken 2F is gebaseerd op vier hoofdcriteria: 1. Samenhang: De presentatie moet logisch in elkaar overvloeien en een duidelijke structuur hebben. 2. Afstemming op doel: De inhoud moet gericht zijn op het overtuigen van het publiek, zoals de opdracht vereist. 3. Afstemming op publiek: De taal en stof moeten afgestemd zijn op de toehoorders (in dit geval medestudenten). 4. Woordenschat: Gebruik van voldoende en passende woorden.
Naast de inhoudelijke voorbereiding is het belangrijk om te letten op de uitvoering. De presentatie moet verstabaar zijn en in het Nederlands worden gegeven. Een goede PowerPoint ondersteunt de presentatie zonder af te leiden. De materialen benadrukken dat het essentieel is om de presentatie meerdere keren te oefenen. Door dit te doen bij iemand anders en feedback te vragen, kan de timing worden gecontroleerd en kunnen eventuele zwakke plekken in de argumentatie worden verholpen. Het examen wordt opgenomen (alleen geluid), wat betekent dat de focus ligt op de verbale communicatie.
Conclusie
Het examen Spreken 2F vereist een gestructureerde aanpak waarbij de student een stelling moet presenteren en verdedigen. De sleutel tot succes ligt in een zorgvuldige voorbereiding, het volgen van de gegeven presentatiestructuur en het voldoen aan de strikte beoordelingscriteria. Door gebruik te maken van persoonlijke argumenten en de presentatie goed te timen, kunnen studenten laten zien dat ze beschikken over de vereiste spreekvaardigheid. De materialen bieden een solide basis voor iedere student die dit keuzedeel wil afronden.