Aalst onthullen: Een diepzinnige reis door de geschiedenis, cultuur en smaak van Vlaanderen

De stad Aalst, gelegen in de provincie Oost-Vlaanderen, biedt een diepgaande en uitgebreide ervaring voor de reiziger die op zoek is naar cultuur, geschiedenis en lokale smaak. Hoewel de stad vaak in het licht wordt gesteld door haar beroemde Carnaval, is Aalst veel meer dan alleen een feestdag met vermommingen. De stad onthult zich als een levendig weefsel van historische bouwwerken, culturele symbolen en een sterk gevoel voor plaatselijke identiteit. Met een rijke erfenis uit de middeleeuwen, een centrale plek in de Nederlandstalige drukkerijgeschiedenis, en een levendige hedendaagse cultuur, biedt Aalst een diepzinnige en rijke reis voor elke reiziger. Deze reis door de stad wordt versterkt door de aandacht voor lokale producten zoals de Aalsterse vlaai, een erkend streekproduct dat een symbool is voor de culinaire rijkdom van het gebied.

De kern van Aalst is de Grote Markt, een plek die als een levend openluchtmuseum fungeert met zijn vele historische gebouwen, standbeelden en sfeer van duurzaamheid. Vanaf dit hart van de stad, dat is uitgerust met terrasjes en plekken om te genieten van de sfeer, kan de reiziger het volledige scala aan bezienswaardigheden ontdekken. De Grote Markt is niet zomaar een plek om te passeren; het is een centrale plek waar geschiedenis, kunst en dagelijkse levenswijze samenkomen. Het is de ideale uitvalsbasis voor een ontdekkingstocht door de stad, waar elke hoek een verhaal heeft.

De historische hartslag: Belfort, Stadhuis en het oude schepenhuis

De meest opvallende en historisch meest waardevolle plek op de Grote Markt is het belfort, gelegen naast het oude schepenhuis en het gebiedshuisje. Dit bouwwerk is meer dan een kerktoren of een klokkeur: het is een symbool van autonomie, rechtvaardigheid en plaatselijke macht. Het oude schepenhuis, gebouwd in 1225, is het oudste bewaarde schepenhuis van Nederland en Vlaanderen. De voorgevel is versierd met beelden van de graven van Vlaanderen en de graven van Aalst, een duidelijk signalement van de plaatselijke macht in de middeleeuwen. Het gebouw diende ooit als zetel van de plaatselijke regering en als plek waar rechtvaardigheid werd gegeven.

Het belfort zelf, dat in 1999 op de UNESCO Werelderfgoedlijst werd geplaatst, herbergt één van de oudste beiaardklokken van het land. De oorspronkelijke wijzerplaat werd in 1964 vervangen door een nieuw ontwerp met halve bollen, waardoor de Aalstenaars het gebouw sindsdien als ‘den tettentoeren’ noemen – een spelwoord dat verwijst naar de gelijkenis tussen de klok en vrouwelijke borsten. Deze bijnaam is een voorbeeld van de levendige en humoristische manier waarop de lokale bevolking historische objecten beleeft en op haar eigen manier interpreteert. De toren zelf, met zijn neogotische stijl, herbergt ook een ontmoetingsruimte voor toeristen en een escape room, waar spelers moeten ontsnappen aan de bende van Jan de Lichte – een onderdeel van de lokale geschiedenis dat levendig wordt gemaakt via een avontuurlijke ervaring.

De toegang tot de 136 trappen van het belfort is gratis op de derde zondag van de maand, wat een unieke kans biedt om de stad van bovenaf te zien. Vanaf de top biedt het uitzicht een prachtig beeld op de gehele stad, de Grote Markt en de 52 beiaardklokken. De combinatie van historisch belang, architectuur en actieve toegankelijkheid maakt dit gebouw tot een onmisbare bezienswaardigheid. Bovendien is het gebied rond het belfort, inclusief het oude schepenhuis en het gebiedshuisje, een levend voorbeeld van hoe plaatselijke overheid en burgerlijke samenleving samenwerken. Het gebiedshuisje, een klein, vooruitstrijkend bouwwerk uit de laatgotische periode, diende ooit als plek waar de stadhouder de wetten aankondigde aan het volk dat zich op de Grote Markt verzamelde. Deze plek was dus een centrale plek voor overheersing en rechtvaardigheid.

Kunst, literatuur en de stem van de stad: Van Dirk Martens tot Louis Paul Boon

Aalst is niet alleen een stad van gebouwen, maar ook van mensen die de cultuur van de stad voor altijd hebben gevormd. Op de Grote Markt staat het beeld van Dirk Martens, de eerste drukker van de Zuidelijke Nederlanden. Deze man, geboren in Aalst, trok na zijn opleiding naar Venetië om het vak van drukker te beoefenen. In 1473 richtte hij een atelier op waar hij drie romans drukte, waardoor hij de pionier werd in de drukkerij in het Zuiden van het land. Hij gebruikte losse letters om kosten te besparen en drukte ook belangrijke werken zoals het reisverslag van Christoffel Columbus en het beroemde Utopia van Thomas More. Zijn overlijden in 1534 werd geëngageerd met een erestandbeeld op de Grote Markt in 1856. Dit standbeeld, dat soms door de lokale bevolking 'de zwarte man' of 'de zwette men' wordt genoemd wegens het verbleekte brons, is een symbool voor de intellectuele en culturele vooruitgang die Aalst in de vroege moderne tijd heeft gekend.

Naast Dirk Martens is ook het beeld van de schrijver Louis Paul Boon een belangrijke bezienswaardigheid. Boon, die in Aalst geboren werd, zag zijn geboortestad als een bron van inspiratie voor zijn werken. Zijn roman ‘De Kapellekesbaan’ en ‘Menuet’ zijn gebaseerd op het leven in de middenklasse van de vroegtwintigste eeuw in Aalst. Het beeld van Ondineke, een figuur uit ‘De Kapellekesbaan’, is een andere belangrijke kunstwereld. Ondineke is een brutaal, ambitieus arbeidersmeisje dat worstelt met de armoede van het fabrieksleven. Het beeld is een kopie van het origineel dat zich in het Stedelijk Museum bevindt. Het symbool van Ondineke is niet alleen een literair evenbeeld, maar ook een plek van identiteitsvorming voor de stad. De figuur staat voor veerkracht en de strijd van de lage klasse om een beter leven te verkrijgen.

Deze kunstwerken zijn geen afzonderlijke symbolen, maar onderdeel van een bredere cultuurgeschiedenis. Zowel Dirk Martens als Louis Paul Boon verbindt Aalst met de grotere culturele stromingen van de Nederlandstalige wereld. Ze tonen hoe een stad van middelgrote omvang kan bijdragen aan de literaire en intellectuele ontwikkeling van een land. De combinatie van historische figuren en hun beelden op de Grote Markt vormt een levend museum in de openlucht, waar bezoekers de geschiedenis kunnen voelen en ervaren.

Eet- en drankgewoonten: Van Aalsterse vlaai tot de ‘Prins drinkt Koffie’

Aan de voet van de historische gebouwen en de cultuurwinkels van Aalst, is er ook ruimte voor smaak en genot. De stad is beroemd om haar Aalsterse vlaai, een erkend streekproduct dat bekend staat als ‘het gouden bruin van Aalst’. Deze vlaai is niet alleen een culinaire trots, maar ook een symbool van lokale trots en traditie. Het feit dat de stad er trots op is dat dit product haar identiteit vormt, toont hoe diep de band tussen eten en plaatselijke identiteit kan zijn. Bezoekers kunnen de vlaai proberen in winkels of bij horecahuizen in het centrum, waar de geur van gebakken deeg de lucht doet verstijven.

Naast de vlaaien zijn er ook plekken waar de smaak van Aalst wordt gevierd op een andere manier. Het café 't Kraaiken, gevestigd op de Grote Markt, is het kleinste, maar meest gezellige café ter wereld. De naam ‘Kraaiken’ heeft een rijke geschiedenis en het café is sinds jaren een plek waar zowel lokale bewoners als toeristen samen komen. Het is een voorbeeld van hoe kleine ruimtes kunnen zorgen voor grote sfeer.

Een ander voorbeeld van lokale culinaire identiteit is de koffiebar ‘De Prins drinkt Koffie’. Opgericht in 2016 door een uitbater die eerder als mobiele koffiebar op markten werkte, is deze bar ontworpen om zowel de ouderen als de jongere generatie te verwennen. De naam is een knipoog naar het jaar 1996, toen de uitbater zelf Carnaval koning was. Deze koffiebar is een voorbeeld van hoe lokale ondernemers in Aalst hun verleden integreren in hun huidige activiteiten.

Andere plekken zoals The Music Club, gevestigd in het geboortehuis van de priester Daens, bieden een rustige sfeer met live muziek, vooral jazz en lounge. Vanaf het bovenste terras kan men genieten van een drankje terwijl het uitzicht op de Grote Markt zich uitstrekt. Deze plekken tonen dat Aalst niet alleen een stad van historische gebouwen is, maar ook een stad van levend leven, sfeer en genot.

Het culturele hart: Het Carnavalsmonument en de rol van het Ros Beiaard

Hoewel Aalst vooral bekend is om haar Carnaval, is het niet de enige cultuur die de stad vormt. Het Carnavalsmonument, een bronzen beeld van de kunstenaar Hendrik Muylaert, staat sinds 2014 op de Hopmarkt. Het beeld, dat de figuur van ‘Voil Jaennet’ voorstelt, is een voorstelling van een naakte, geslachtsloze figuur die zijn schoen uittrekt terwijl hij wankelt. Het monument herinnert aan het feest van Aalst en is een symbool van de levendige folklore van de stad. Het beeld stond eerder in de inkomhal van het stedelijk museum, maar is nu in openlucht geplaatst om het publiek beter te bereiken.

De oorsprong van het Carnavalsfeest in Aalst is diep geworteld in de lokale cultuur. Het Ros Beiaard van Dendermonde, een beroemd muziekinstrument uit de regio, inspireerde het ontstaan van het ‘Ros Balatum’ in Aalst – een satirisch evenement dat de lokale cultuur vormt. Dit toont hoe Aalst niet alleen de lokale cultuur aanneemt, maar ook creatief omgaat met haar erfgoed. Het feest is geen kopie, maar een vernieuwende vorm van plaatselijke identiteit.

De stadsverhalen: Van de kerk tot de herstelde Hervormde Kerk

Buiten de Grote Markt ligt een ander belangrijk stuk van de stadsidentiteit: de Hervormde Kerk. Deze kerk, waarvan het gebouw gedeeltelijk uit de zestiende eeuw dateert, is een voorbeeld van hoe historische gebouwen worden hersteld door vrijwilligers. De kerk is eigendom van de kerkelijke gemeente, terwijl de toren eigendom is van de burgerlijke gemeente. Dit verdeelt de verantwoordelijkheid en toont hoe samenwerking tussen overheidsinstanties en lokale groepen kan werken. De kerk wordt regelmatig door vrijwilligers gewit, maar de toren blijft vaak langer onbehandeld, wat zichtbaar is aan het kleurverschil tussen de gevel en de toren.

Binnen de kerk bevinden zich historische elementen zoals een grafzerk met figuren in laag reliëf van een knielende man in harnas en een knielende vrouw, met de familiesnamen Van Tuil en Van Aalst. Ook zijn er borden met de namen van voorgangers die in Aalst hebben geëindigd. Deze details tonen de diepgang van de lokale geschiedenis, waar elke steen een verhaal heeft.

Overnachting en reisadvies

Voor reizigers die langer willen blijven, zijn er meerdere opties voor verblijf in Aalst. Het Hotel Royal Astrid is een drie-sterrenhotel in het centrum van de stad, gevestigd in een volledig gerenoveerde oude herenwoning op een van de oudste en mooiste boulevards van Aalst. Dit hotel biedt een combinatie van luxe en historische sfeer, ideaal voor reizigers die zowel comfort als cultuur willen ervaren. Het is een voorbeeld van hoe historische gebouwen worden herbestemd tot hotels, zonder hun karakter te verliezen.

Bronnen

  1. Reisroutes.be - Bezienswaardigheden Aalst
  2. Vierheerlijkheden.nl - Aalst: De 4 Dorpen

Related Posts